Baybasin en de geheime dienst van Turkije

Als ik zo iets lees dan denk ik meteen aan die theorie ‘Consilience of inductions’, een wetenschapsfilosofisch krachtig bewijs, waar Rein Gerritsen het over had in verband met de zaak Baybasin. Want inderdaad misschien hebben de medewerkers van de Turkse geheime dienst hun huiswerk niet zo goed gedaan: immers met zo’n ‘slordigheid’ mag je vraagtekens zetten bij de rest van dit rapport.

Wat ik er maar mee wil zeggen is dit: Hoe serieus moeten we dat ‘geheime’ Turkse rapport nemen als er dergelijke slordigheden in voorkomen. Dat geeft mij in ieder geval te denken: een rapport dat de bron is geworden van de complottheoretische aanpak van de verdediging. Daarbij aannemend dat het in bovenstaande tweet gaat om het aanvullende rapport dat Baybasin in 2007 in handen is gespeeld. ( Gerritsen doelde op een ander rapport, maar doet niets af van hetgeen ik hierna te vertellen heb) Ik geloof namelijk niet zo in de echtheid van dat aanvullend-rapport en ga uit van de hypothese, immers bewijzen heb ik niet, dat dit rapport met ‘opzet’ in handen is gespeeld van Baybasin, direct na het afslaan van het aanbod tot gratie . Dit was inclusief een financiele compensatie, door vertegenwoordigers van de Turkse staat, eind 2006, onder de voorwaarde dat Baybasin alle aanklachten zou laten vallen. In feite kwam het er op neer dat hij schuld zou bekennen.

En niet minder onbelangrijk: ook zijn inzet voor de Koerdische zaak zou staken, zo vertelde hij tijdens een interview in april 2014 bij Talk2Myra.

Baybasin is met de inhoud van dat ‘aanvullende’ rapport processen gaan voeren, tot en met het slepende Herzieningsverzoek bij de Hoge Raad aan toe.

Dat geheime rapport wordt als volgt geïntroduceerd in de Aangifte-april-2007:

“Inleiding 1. Aan deze aangifte ligt onder meer de navolgende documentatie ten grondslag: d. een in de Turkse taal gesteld “Aanvullend Rapport” van januari 2007 van de Turkse overheid (65 pagina’s), welk rapport een soort uittreksel is van een (nog geheim) zeer uitgebreid rapport (naar verluidt ± 1000 pagina’s tellend) van 10 december 2006. Het uitgebreide rapport beschrijft en analyseert de rol van de Turkse staat, respectievelijk van Turkse overheidsfunctionarissen etc., in de internationale drugssmokkel tot eind jaren ’90.

Het “Aanvullende Rapport” is met name toegespitst op de wijze waarop de Nederlandse strafzaak tegen aangever in elkaar is gezet via een complot tussen Turkse “belanghebbende kringen” en Nederlandse, Duitse en Engelse justitiële en politionele functionarissen. Gezien de in het rapport beschreven wijze van onderzoek, de kennelijk vrije toegang tot (alle bronnen van) Turkse geheime diensten en de kennelijk benutte mogelijkheid om alle relevante Turkse overheidsfunctionarissen te ondervragen, alsmede gezien de “opdracht” aan:

1. het Hoofd van de Generale Staf; 2. de Hoofdcommissaris van politie; 3. de Procureur-Generaal van de Hoge Raad; 4. het Ministerie van Justitie,

om ter zake het nodige te ondernemen, met welke opdracht het rapport besluit, moet worden aangenomen dat dit rapport afkomstig is van het hoogste niveau van de Turkse staat, althans daardoor is geaccordeerd.”

Bij gebreke van fondsen voor de verdediging van aangever ten gevolge van de nog steeds voortdurende beslagen door de Nederlandse overheid op alle bezittingen in Nederland en elders van de familie Baybasin, is het helaas niet mogelijk deze rapportage beëdigd te laten vertalen, zodat de hierna volgende Nederlandse citaten uit het rapport een door aangever met zijn advocaten en derden gemaakte provisorische vertaling betreft.

Aangever verzoekt de Nederlandse Staat het uitgebreide Turkse rapport, waarvan dit “Aanvullend Rapport” als een provisorisch uittreksel kan worden beschouwd, bij de ter zake bevoegde Turkse autoriteiten op te vragen om daarvan een beëdigde vertaling te kunnen laten verzorgen. Daartoe sluit aangever kopie van de kaft, de eerste en de laatste pagina van het “Aanvullend Rapport” ter identificatie bij. Bij deze stand van zaken lijkt het aangever onjuist om de originele Turkse versie van het “Aanvullend rapport” thans over te leggen.

Kortom Baybasin heeft een aanvulling op dit 1000 pagina’s tellende rapport ontvangen (hoe is dat gegaan en van en via wie?)dat betrekking heeft op de wijze waarop zijn arrestatie tot stand is gekomen en waarbij de chantagepositie van Demmink uit de doeken wordt gedaan.

Het originele rapport van 1000pagina’s laten zich raden. En ook van de Turkse ‘originele’ versie van het aanvullende rapport, dat uit 65 pagina’s bestaat, krijgt de rechter uitsluitend een provisorische vertaling met een opdracht om bij de Turkse staat, het 1000 pagina’s tellende geheime rapport op te vragen, als het al bestaat, en in het Nederlands te laten vertalen door een beedigd tolk vertaler.

In wikipedia wordt het als volgt geformuleerd:

“De aangifte was volgens het OM grotendeels gebaseerd op een ‘mysterieus’ aanvullend rapport dat volgens de advocaten van Baybaşin afkomstig was van de Turkse overheid. Volgens het OM konden de advocaten van Baybaşin geen duidelijkheid verschaffen over de authenticiteit van het document en was het onduidelijk wie de opstellers van het rapport waren.”

Persoonlijk vind ik dat de verdediging nogal wat van de rechter vroeg.  Ik redeneer maar eens andersom: een tot levenslang veroordeelde Nederlander in Turkije vraagt daar de rechter om bij Rutte een rapport van de AIVD op te vragen en dit te laten vertalen door een beedigde tolk tbv een door hem aangespannen rechtszaak in Turkije.

En we hebben zelf al zoveel moeite met een WOBje. Als ik dat zo lees dan komt het bij mij zo ongeloofwaardig en onrealistisch over, dat ik vanzelf ga denken, dit aanvullende geheime rapport ook een constructie is geweest om Baybasin op een doodlopende weg te zetten.

Ik schreef in het artikel Baybasin en de Demminkdealers het volgende:

“En dan zijn er de mensen die de deals ter afsluiting voor het publiek in een mooi kader moeten vatten, besef ik naar aanleiding van wat u schrijft over de Lucia de B. zaak. Laten we ze, met advocaat Jan Vlug in mind, de vrijpleiters noemen waarin alle partijen een way out wordt geboden en ieders belang is veilig gesteld, waar fictie en feiten kunstig met elkaar worden vervlochten tbv de geloofwaardigheid naar het publiek.”

Dat gaat even zo goed ook op voor het ‘geheime’ rapport, met daarin de ‘feiten’ mbt Demmink en de verkrachting van de Turkse jongens, de bron voor de complottheorie, de rechtszaken daarna, en de (alternatieve) media-aandacht.

In 2007 schreef de rechter in zijn beschikking het volgende over de aanklacht tegen Demmink:

Ik vind dat realistisch gesteld van deze rechter. Ik kan er werkelijk niets anders van maken.

In 2008, wordt Langendoen, de IRTspecialist bij uitstek, op pad gestuurd om dit rapport op zn merites te beoordelen ter plekke in Turkije. Zijn bevindingen legt hij vast op video en een rapport: RapBaybasinLangendoen

In 2011 komt Baybasin met een volgende aangifte, waarin dit geheime rapport opnieuw zo’n grote rol speelt, aangifte_tegen_demmink_aug2011 kopie .

Het lezen zeer de moeite waard. De pedofiliekwestie is nu meer ingepakt in het totaal. Deze aangifte is opnieuw gedaan om de complottheorie in het Herzieningsverzoek van april 2011 kracht bij te zetten. Maar juist deze pedofilieaantijging, incl. de chantage van Demmink, maakt het opnieuw zwak, immers als ‘t niet bewezen kan worden valt de bodem uit het herzieningsverzoek.

Natuurlijk achteraf is alles gemakkelijk, en zeker van een afstand, maar wat de periode na 2007 en deze uitspraak leert, in ieder geval mij leert, is dat die complottheoretische weg, een doodlopende weg is en is geweest en desastreus voor het bewijzen van de onschuld van Baybasin, mbt de tenlastelegging en de veroordeling daarna.

Om zijn onschuld aan te tonen probeert Baybasin, in samenwerking met zijn advocaat en toegejuicht door de vriendenkring, het complot te bewijzen. Dat betekent praktisch niet alleen het bewijzen van de verkrachtingen, maar ook nog eens het bewijzen van de chantage van Nederland door Turkije ivm Demminks vermeende pedocriminaliteit, want het gaat uiteraard om die combinatie.

We zijn nu 8 jaar verder en in 2015. De conclusie van Aben, tbv besluitvorming van de Hoge Raad in zijn Herzieningszaak, is opnieuw doorgeschoven naar februari 2016. Het is daarom dat ik wellicht voor sommigen tot vervelens toe er op hamer terug te gaan naar de basics en dat is de tenlastelegging.

L.D.Broersma

 

Bedankt voor uw bezoek