Baybasin en de conclusie van Aben

Laten we eens kijken naar de conclusie van de A-G Aben op 4 september 2012 naar aanleiding van Baybasins Herzieningsverzoek van april 2011

1. Waar het herzieningsverzoek betrekking op heeft ( blz 1)

Het herzieningsverzoek heeft betrekking op de onherroepelijke veroordeling van H. Baybaşin op 30 juli 2002 tot levenslang en het beroep hiertegen dat 21 oktober 2003 in cassatie is verworpen.

En dan volgt een opsomming van de onderdelen van de veroordeling: de Ogezaak, de Kentuckyzaak, de gijzeling van Celik, de heroinezaak, de Marsilzaak en tot slot de criminele organisatie. En dit alles zou zich in vijf maanden tijd om precies te zijn van 22 september 1997 tot en met maart 1998 hebben voorgedaan.

Alleen voor de Ogezaak, voor het beramen en instrueren van een moord op 9 november 1997, kon levenslang worden gegeven, zo schrijft Aben. Ik vond dat een heel interessant gegeven. Onthouden!

Volgende:

2. Het rechtsregime (blz 3)

Samengevat dient het herzieningsverzoek met:

1. nieuwe feiten te komen, en/of
2. met nieuwe feiten te komen door aan bestaande bekende feiten, met nieuwe deskundigheidsinzichten, een andere betekenis te geven.

Pluspuntje voor Baybasin?, volgende

3. De voorgeschiedenis (blz 7)

De voorgeschiedenis van Baybaşin maar dan wel vanuit de criminele cq strafrechteljke insteek.  Eigenlijk een overzicht van zijn strafblad.

En dan geeft Aben de rechters van de Hoge Raad een leeswijzer mee, namelijk dat het raadzaam is de door hem geschetste voorgeschiedenis bij de daarna te bespreken gegevens in gedachten te houden.

De eerste zin is al veelzeggend: Tot 1984 woonde en werkte Baybaşin naar eigen zeggen als zakenman in Turkije. Hier zou het moeten eindigen maar Aben gaat even door met- en handelde hij in opdracht van de Turkse overheid in verdovende middelen.  En zo gaat dat door.

Minpuntje voor Baybasin, volgende

4. De bewijsmotivering blz 8

Wat de rechters in dit stukje vooral moeten weten is dat:

a. dat de transcripties vwb Baybaşins betrokkenheid bij de genoemde delicten voor ‘s hof bewijsoordeel van doorslaggevende betekenis is geweest. En dan komt het
b. Het hof is niet voetstoots uitgegaan van de juistheid van de premissen(aannames), want over de authenticiteit, de integriteit en de vertaling van de telefoongesprekken is op de vele terechtzittingen die het hof aan deze zaak heeft gewijd omstandig gedebatteerd.

Minpuntje voor Baybasin, volgende

5. De kern van het herzieningsverzoek.

Het EK-rapport betreft een omvangrijkrapport dat ‘volgens de verzoeker B., is geschreven door een “speciale veiligheidsadviseur voor diverse Turkse instanties”, Huseyin Celebi.

Aben citeert en neemt afstand. Hij corrigeert hier en daar. Correct: 24 december 1995 vond de aanhouding ter fine van uitlevering plaats. Kortom aangehouden met de bedoeling B. meteen uit te leveren aan Turkije. Terzijde: merkt Aben nog even op dat Ciller begin 1997 al geen premier meer was maar de Turkse minister van Buitenlandse Zaken.

Minpuntje voor Baybaşin, volgende

7. De informanten van Kazmali

Aben: Onderbouwing voor het Celebi gerapporteerde scenario zou, naar ik begrijp, kunnen worden gevonden in en (zeer omvangrijke) e-mail. En dan volgt er een soort van moeizaam verslag, waarvan je al lezend zegt, nee als Aben het al niet begrijpt, dan kan het ook niks zijn.

Minpuntje voor Baybaşin, volgende

8. De IND-telefoonnotitie

Over de notitie van een IND-medewerker, Aben vindt het duidelijk erg belangrijk tot twee keer toe te vermelden dat het hier gaat om een telefoonnotie van een IND-medewerker. Onduidelijk is het welke zaak die andere zaak betreft. En met die conclusie moeten we het doen.

Minpuntje voor Baybaşin, volgende

9. De verklaring van X1

De A-G stelt dat deze verklaring een belangrijke pijler is van het herzieningsverzoek en behalve vwb het weergeven van een paar citaten houdt hij zich weer volledig op de vlakte.

Minpuntje voor Baybaşin, volgende

10.De verklaring van X2

Kijk deze getuige daar hebben we wat aan. Schriftelijke verklaring, beeldmateriaal en de naam. Maar dan komt het: Hij heeft zelf in de jaren 1992-1993 Baybasin afgeluisterd, maar, noteert Aben, over het jaar 1998 is deze getuige onduidelijker. Daarover verklaart hij Baybasin ongeveer 15 keer te hebben afgeluisterd kennelijk tot zijn aanhouding.
Nee nee nee, klinkt ook niet overtuigend.

Minpuntje voor Baybaşin, volgende

11. De zegsman van Van der Pol

Een Nederlandse onderzoeksjournalist, die uitgebreid verhaalt over een anonieme bron.
Deze bron van Van der Pol is de, ‘thans omstreden’ voegt Aben toe, politietolk Tayyar Cetinkaya. Nou dan kunnen we de rest wel laten voor wat het is.

Minpuntje voor Baybaşin, voordat we naar de volgende gaan nog even dit:

In crimesite staat over deze T.C het volgende te lezen:

C. en zijn advocaat hebben ter zitting gesteld dat de mensen als Aalbersberg en Klunder, personen die hem in de zaak Baybasin hebben aangestuurd, over hem valse informatie aan de AIVD hebben verschaft.Waarschijnlijk zal C. nogmaals moeten getuigen. Hij zei ook bereid te zijn zich te laten gijzelen. ‘Ik ben niet bang voor Baybasin. Ik ben bang voor de Nederlandse staat’, zei hij bij de rechter-commissaris. Deze week hoort de rechter-commissaris (ex-)rechercheurs van het voormalige kernteam Noord-en Oost Nederland die aan het onderzoek naar Baybasin deelnamen.

12. Ontwikkelingen in Turkije

Hier vertelt Aben dat tegen Tankus, de directeur van de narcoticadienst, weliswaar een strafrechterlijk onderzoek is ingesteld, maar dat deze de beschuldigingen ontkent. Datzelfde geldt voor Arslan, die verklaart dat het Baybasin is die ( zo begrijpt Aben langs deze weg?) wraak probeert te nemen.

Minpuntje voor Baybaşin, volgende

13. De deskundigheidsrapporten

Let op!!!!

Naar de integriteit en authenticiteit van de in de strafzaak tot het bewijs gebruikte telefoontaps is in de loop van der jaren veel onderzoek gedaan. A-G-Aben geeft een opsomming, zoveel zijn het er.

a. Drs A.P.A. Broeders Nederlands Forensisch Instituut met een intro wat een reclameboodschap niet zou mistaan.5 onderzoeken op 29 betwiste opnamen.Geen manipulaties, hoogstens zijn een aantal opnamen geeindigd voordat het gesprek was afgelopen.

Ing van de Ven: die kwam tot de conclusie dat hij geen conclusie kon geven als hij niet de beschikking kreeg over de originele materiaal.

En zo besluiten meer deskundigen in de opsomming hun onderzoek met die conclusie. En nog zoveel meer onderzoeken. jacobs sluit dan de rij met een indrukwekkend verhaal dat er enige grond van twijfel is bij een tweetal gesprekken, maar het houdt niet over.

Aben refereert dan aan de conclusie van de toegangscommissie CEAS, de beter bekende Buruma-commissie waar Wladimiroff deel van uit maakte, die blijkbaar allerlei scenario’s hebben bekeken van mogelijke manipulaties, en dan concluderen dat dit zo weinig is dat er voor het CEAS geen taak is weggelegd.

Minpuntje voor Baybaşin, volgende

Maar hier krijgt de verzoeker ook een kans om zijn zegje te doen en komt dan met de vier blinde vlekken van het Ceas:

blinde vlek 1: geen oog voor de algemene conclusie inzake de technische beveiliging van de interceptiesystemen. De wijze waarop de tapkamers tot 2003 functioneerden voldeed niet aan de eisen die daaraan ten behoeve van de betrouwbaarheid wettelijk waren gesteld.
blinde vlek 2:  De tCEAS heeft geen onderzoek laten doen naar de authenticiteit van de gegevensdrager zelf. De gebruikte disk was rewritable
blinde vlek 3: het achterwege laten van nhet verhoor van Cetinkaya
blinde vlek 4: het auditische onderzoek dat het tCEAS zelf heeft verricht en haar eigen conlcusies voor die van de ter zake deskundigen stelt.

Aben houdt zich op de vlakte heeft hier geen mening over.

Even getwijfeld, maar nee toch minpuntje voor Baybasin, volgende

14. De Oge-zaak afzonderlijk beschouwd (blz 27)

Heel benieuwd wat de A-G hier mee doet, immers hij heeft al eerder aangegeven dat juist deze moord de mogelijkheid gaf om Baybasin tot levenslang veroordelen, hoewel de rechters er anders over dachten:

“In een Arrest van het Hof Den Bosch wordt de straf verhoogd tot levenslang. Zonder dat er nieuwe feiten of bewijzen zijn aangedragen, wordt Baybasin nu omschreven als leider van “een criminele organisatie die in Nederland zijn weerga nauwelijks kent“. Dit blijkt “alleen al uit de omstandigheid dat genoemde strafbare feiten zich hebben voorgedaan in een korte periode, namelijk in de periode van september 1997 tot en met februari 1998“.

Kortom niet nieuwe feiten t.a.v. de Oge-moord waren de reden voor het verhogen van de straf naar levenslang maar de korte periode waarin de strafbare feiten zich hadden voorgedaan.

Eens kijken wat Aben hier mee doet. Niets, het enige wat Aben hier doet is de verzoeker citeren. Hij schrijft dan: Naast de argumenten die verzoeker tot herziening ontleent aan de voorgaande, let op,  beschouwingen wijst hij nog op het volgende: alsof het een bijzaak betreft. Allemaal suggestieve woordjes: naast, ontleent, beschouwingen, nog.

Minpuntje voor Baybaşin, volgende.

Nou ja zo kan ik doorgaan. Zo wordt Malcolm Miatt een FBI-medewerker genoemd net als de IND-medewerker en ja wat moet je met medewerkers, nietwaar, hoe serieus kun je die nemen in hun verklaringen, dus deze medewerker verklaart niet maar vermoedt.

De gijzelingen van Mehmet, geen nieuws, de rechters waren er al mee bekend. Dus dat schiet ook al niet op. De heroinezaak, gebaseerd op verklaringen, niet op een heterdaadje, geen heroine als bewijsmateriaal, geen bewijzen van marteling. Zou wel kunnen, volgens Aben, daar niet van als we Amnesty mogen geloven, maar nee overtuigend is het niet. Volgende. Marsilzaak, schiet ook niet op qua tegenargumentatie van de verzoeker, volgende

19. Het complot (blz 31)

Ja daar wil Aben het wel eens even uitgebreid over hebben immers ‘ Zoals gezegd’, begint Aben zijn betoog, is het herzieningsverzoek gestoeld op de hypothese dat de strafvervolging van baybasin voortkomt uit een heimelijke samenspanning die is verordonneerd op het hoogste niveau. Dit gezegd hebbende laat A-G Aben zich ruim twee en een halve pagina lekker gaan, nee in het complot gelooft Aben niet, want dan zouden de rechters hier ook in mee hebben gedaan en nee dat gaat er bij Aben niet  in:

1. de uitvoering vergt de medewerking van allerlei ambtenaren. Hoe kan een minister er nu van uit gaan dat die ambtenaren dat loyaal zullen doen?

2. Wat zou Nederland tegen Baybasin moeten hebben? wat zouden die ambtenaren tegen hem hebben?

3. Waarom zou Nederland beginnen met het afluisteren van Baybasin in 1994. Baybasin was niet eens in Nederland?

4. De Nederlandse staat had niks met Baybasin, pas met zijn aanhouding in 1995 werd het deels een probleem voor Nederland.

5. Pas nadat uitlevering werd verboden ontstond voor Turkije een aanleiding om Nedrland te betrekken in haar oplossing van het probleem Baybasin.

6. Maar de gekozen weg van het manipuleren van telefoontaps komt de A-G Aben betrekkelijk gecompliceerd voor.

7.Omdat het aanleveren van een dossier vanuit Turkije, inclusief valse getuigenissen zijn inziens toch heel wat eenvoudiger te realiseren zou zijn geweest dan dat omslachtig vergaren van valse telefoontaps.

8. Bovendien risicovol, want hoe zou de Nederlandse rechter daar mee om zijn gegaan met die telefoontaps, niet te voorspellen, evenmin de strafmaat levenslang.

9. Nee, dan was het gemakkelijker geweest om de uitlevering naar Turkije toe te staan, want daar hadden ze dan wel raad geweten met Baybasin.

Tja wie gelooft er nog in een complot na dit vurig betoog van A-G Aben.

Minpuntje voor Baybaşin, volgende

20 De samenwerking tussen kernteam en Turkse politie

Onmogelijk, die samenwerking had niets te maken met Baybaşin, Hillenaar heeft dat onder ede verklaard. En dan volgt een lange verhandeling van betrouwbare deskundigen die dat bevestigen.  Het had werkelijk niets met Baybaşin van doen, dat onderzoek ging pas september 1997 van start. Tot september 1997 was Baybasin in het geheel geen onderwerp van onderzoek, schrijft Aben.
Maar later lees ik op blz 40 dat Hillenaar op 18 januari 1999 verklaart dat het onderzoek midden 1996 van start is gegaan als spin-off, dus afgeleide, van het Sitico onderzoek. Pas op 26 februari 1998 is het onderzoek besproken met een turkse delegatie. Niet eerder.

En die beweringen van Koers, jaja, nee, die uitlatingen van Koers, die moet je maar niet serieus nemen, want Koers doet niet meer dan het inschatten van de aannemelijkheid, aldus Aben.

Nou waren Koers en Hillenaar mannen van het eerste uur, zullen we maar zeggen, Hillenaar is nu de chef van Aben, en Koers? Wat er met die man is gebeurd! Daar is het helemaal de verkeerde kant mee op gegaan. Werkt ook niet meer bij het OM. Veroordeeld voor duistere zaken. Micha Kat heeft er indertijd een aantal artikelen aan gewijd. Volgens hem moet het een man zijn met contacten in de onderwereld. Hij schetst een beeld van een soort van Daltons met indertijd de koningin als moeder Dalton. Koers zou de vijfde K van de Korlaarbroers zijn, een loopjongen, die binnen het OM allerlei smerige zaakjes voor hen opknapte. Tja wat moeten we daar nu weer van denken. De man die nu juist ontlastende verklaringen voor Baybaşin wilde afleggen blijkt zelf een crimineel te zijn.

Kortom, nee van zo’n man kan Aben niets aannemen, nietwaer?!

Dat hele herzieningsverzoek wordt compleet als irrelevant en onzinnig door de Aben weggezet. Alles wat de rechterlijke macht heeft gedaan wordt door hem positief gelabeld, wat door Baybaşin en zijn getuigen wordt aangedragen wordt door Aben weggespeeld met  zijn aannames. De conclusie van Aben is dan ook doordesemd en gekleurd door juist zijn aannames en beslist niet op een feitelijke onderbouwing of doorwrochte argumentatie.

Ik ben maar eens doorgescrold naar de eindconlusie want er moet toch iets te vinden zijn op basis waarvan deze  Aben vindt dat verder onderzoek gewenst is en waarnaar dan?

23. De conclusie (blz 45)

Mijn populaire en simplistische vertaling van de eindconclusie: Wat er is aangevoerd door Baybasin is driekeer niks, niettemin vindt Aben dat het aanleiding geeft tot nader onderzoek. En dan komen die redenen tot onderzoek, namelijk:

1. het gewicht van de zaak
2. de aard van de beschuldiging aan de Nederlandse overheid
3. de twijfels die door het overlegde materiaal kunnen worden opgeroepen.

Dus dat is het belang. De reputatie van de overheid in deze.

Hij schrijft: De onderzoeksresultaten kunnen van grote betekenis zijn voor een (herziene) waardering van de door de rechter tot het bewijs gebezigde middelen. Ik heb nergens iets kunnen vinden waar deze stelling op is gebouwd. Wat mij betreft komt het zo uit de lucht vallen. Hoe dan ook Aben vindt vervolgens dat:

Het onderzoek moet zich richten op aanwijzingen van manipulatie van het bewijsmateriaal en de eventuele mogelijkheden daarvoor dmv audiotechnisch onderzoek.

Tja en dan zit je daar met het boek van Ton Derksen, meneer Aben: Verknipt Bewijs. Het geeft na gedegen onderzoek, antwoord op dat specifieke onderdeel.

En dan heb je een out of the box thinker nodig, zoals meneer Bas van den Heuvel, die a raison van €500.000,- , plus persoonlijke bescherming a la Wilders?, hier een out-of-the-box-draai aan moet zien te geven.

Ik geef het je te doen, maar goed Aben heeft de tijd nietwaar met de wet Herziening ten Voordele.

Aben eindigt zijn conclusie met de woorden dat de gelegenheid tot tegenspraak niet alleen een universeel beginsel van ‘fair trial’ betreft, doch ook een noodzakelijke voorwaarde voor verantwoorde waarheidsvinding.

Ik zou zo zeggen: begin er zelf eerst eens mee!

 

Bedankt voor uw bezoek

3 gedachten over “Baybasin en de conclusie van Aben”

  1. Blijft interessant dat statement in de conclusie van Aben, waarin hij schrijft dat alleen voor de Ogezaak: voor het beramen en instrueren van een moord op 9 november 1997, levenslang kon worden gegeven.

    Maar dat feit was niet veranderd sinds 2001, als ik het volgende lees:

    “In een Arrest van het Hof Den Bosch wordt de straf verhoogd tot levenslang. Zonder dat er nieuwe feiten of bewijzen zijn aangedragen, wordt Baybasin nu omschreven als leider van “een criminele organisatie die in Nederland zijn weerga nauwelijks kent“. Dit blijkt “alleen al uit de omstandigheid dat genoemde strafbare feiten zich hebben voorgedaan in een korte periode, namelijk in de periode van september 1997 tot en met februari 1998“.

    Kortom was die veroordeling tot levenslang in feite wel rechtmatig, zo vraag ik mij nu af.

    Het zal wel juridisch zo geregeld zijn dat zijn eerste veroordeling, tot 20 jaar in 2001, niet wordt meegenomen in de beoordeling van het herzieningsverzoek en anders komt het wel erg goed uit, nietwaar?

    Lees ook: Barbertje moet blijven hangen
    http://ref.li/PSSFn

Reacties zijn gesloten.