Baybaşin en de stille staatsgreep

Baybaşin meent dat ons rechtssysteem is vernietigd en dat is goed te begrijpen, maar ik zou liever zeggen dat ons rechtssysteem zodanig is omgevormd dat een klein netwerk van mensen op cruciale plekken, in staat is waar nodig (politieke) tegenstanders of anderszins uit de weg te ruimen cq buiten spel te zetten. Ook in staat is om misdaden begaan door mensen van het eigen netwerk, of dat nu binnen of buiten de overheid is, af te dekken. Zelfs door onschuldigen de schuld in de schoenen te schuiven.

Ik schrijf met opzet waar nodig. Wanneer de belangen van het old-boys-network niet worden aangetast, zal het rechtssysteem gewoon zn werk doen. Het volk wordt in slaap gesust met
de geruststelling dat met de nieuwe wet in de maak ook rechters gestraft kunnen worden. En dat willen we toch? Van de Steur, zie loopbaan, zegt het in de Tweede kamer: Het ging hem niet ver genoeg! Maar het pikmeerarrest, daar hebben we het niet over. Ook niet over de rol van verschillende bewindslieden o.a. Sorgdrager:

image

Dat ‘lastige’ rechters, maar ook  ‘lastige’ officieren van justitie, en ‘lastige’ advocaten en ‘lastige’ AIVD-ers en “lastige” politiemensen, en wie nog meer ‘lastig’ is voor personen binnen de organisatie, dat die ook met de nieuwe voorstellen gemakkelijk op een zijspoor kunnen worden gezet, en monddood kunnen worden gemaakt, dat is geen onderwerp van discussie in het parlement. Men heeft alleen oog voor het aanlokkelijk perspectief.

Natuurlijk willen we dat de rechterlijke macht en allen die macht hebben gecontroleerd kunnen worden op machtsmisbruik en misdaden. Maar door wie? Door de minister van Justitie en Veiligheid? De minister die met behulp van zijn netwerk zoveel diensten naar zich toe heeft getrokken en vervolgens de macht heeft gecentraliseerd, dat men kan spreken over een stille staatsgreep? Die moeten waken over de rechtsstaat?

De kleine besturen binnen onze rechtsorganisatie  kunnen met de nieuwe wetten de taken verdelen en heersen. Mooier kunnen ze het bij de overheid niet maken, voor zichzelf.

1 april 2011 heeft Baybaşin een herzieningsverzoek ingediend bij de Hoge Raad. Als de gesmeerde bliksem zijn Ivo Opstelten en Demmink  in actie gekomen. Donner werd zonder al te veel poespas, in de demissionaire periode van kabinet Rutte, op 16 december 2011, door Ivo Opstelten naar de Raad van State gemanouevreerd.  Dat was nodig om de wet ‘herziening ten voordele’ er gemakkelijk doorheen te krijgen.  Ik weet niet wie de naam ‘Herziening ten voordele’ heeft bedacht, maar ik denk dat de ‘heren’ er hartelijk om moesten lachen.

Die wet herziening ten voordele was nodig om tijd te rekken in de zaak Baybaşin. Zo groot is deze zaak! Men haalt niet alleen alles uit de kast om aan damage-control te doen, maar men ontwerpt- en regelt via wetgeving tegelijkertijd de macht om haar macht te misbruiken, mooier kun je het niet maken. En het parlement is er niet tegen opgewassen of werkt er zelfs aan mee.

Op 19 jun. 2014 om 11:16 heeft lidy broersma het volgende geschreven:

Geachte fractievoorzitters van de Tweede Kamer,

Ik wend mij tot u met de volgende kwesties:

1.Naar ik heb vernomen is het herzieningsverzoek dat Mr Adele van der Plas namens Huseyin Baybasin heeft ingediend, en ik ga er hier van uit dat u allen zonder meer bekend bent met de zaak, dat dit herzieningsverzoek bij de Hoge Raad door Advocaat Generaal Aben voor de zoveelste keer verschoven is naar een latere datum.

Sedert januari 2012 is dat het patroon: datum prikken en vervolgens op de dag van de zitting kenbaar maken dat de datum wordt verschoven. Psychisch is dat voor de man in kwestie natuurlijk desastreus en dat is ook de reden dat ik nu schrijf. Schuldig of niet schuldig, menselijkerwijze gesproken is deze gang van zaken sowieso, laat ik het nog geen psychologische oorlogsvoering noemen, maar humanitair gezien een rampzalige ontwikkeling. Als het zo onduidelijk ligt dan zou ik helemaal geen datum noemen. En als een onderzoek zo vaak verschoven moet worden, dat het zelfs in de jaren gaat lopen, dan zou ik op zn minst eens inzage willen hebben in de totstandkoming van de planning. Wat is telkens de oorzaak dat de geplande zitting dan op het laatste nippertje niet door kan gaan. Hoe dan ook:

2. Deze gang van zaken is mogelijk gemaakt door de wet Herziening ten voordele van 1 oktober 2012.

De vraag is echter in wiens voordeel deze wet tot stand is gekomen? In 2012 heb ik reeds in een commentaar in Vrij Nederland het mogelijke negatieve effect opgemerkt, namelijk dat wat zich nu voltrekt: uitstel en nog meer uitstel tot in het oneindige.  Er is in deze wet immers geen beperking  opgenomen t.a.v. de duur van een dergelijk onderzoek.

Mijn verzoek aan u is deze kwestie op de agenda te zetten en alsnog deze wet aan te passen en een passage op te nemen met een tijdslimiet.

3. Dan de Shipsholaffaire, waar de heren Poot miljarden, en dan lees ik bedragen als 20 miljard, en al is het dan een paar miljard minder, we hebben het nog altijd over miljarden, op de staat, en dat zijn wij, wil verhalen door een investeringsmaatschappij in Amerika. Na wat ik tot nu toe heb gelezen wordt het de hoogste tijd om juist deze kwestie, die zo is uitgespeeld is via rechtszaken, zijpaden en media, via een parlementair onderzoek tot op de bodem uit te zoeken.

Mijn verzoek aan u is de kwestie op de agenda te zetten en een parlementair onderzoek te eisen.

In principe heb ik dus drie verzoeken:
1. Een einde te maken aan de psychisch zeer belastende wijze waarop telkens een datum wordt gepland in de herzieningszaak van de heer H. Baybasin bij de Hoge Raad, die dan vervolgens wordt verschoven en pas bekend wordt gemaakt op de dag van de zitting.
2. Een wetswijziging met betrekking tot de bovenstaande wet herzieningen ten voordele, met een tijdslimiet t.a.v de duur van een onderzoek.
3. een parlementair onderzoek naar de Shipshol affaire, aangezien het hier gaat om een miljardenclaim op de Nederlandse Staat en daarmee de Nederlandse burger,  door blijkbaar een Amerikaanse Investeringsmaatschappij.

Alvast bedankt voor uw aandacht.

Hoogachtend,
L.D. Broersma

——————————————————————————————————
Datum: 11 februari 2015 06:53:17 CET
Aan: “g.wilders@tweedekamer.nl” etc etc etc
Kopie: Adèle van der Plas <vanderplas@bsvdp.nl>

Geachte fractievoorzitters,

mijn verzoek van vorig jaar juni heeft weinig teweeg gebracht, behalve een enkele reactie, zoals van het secretariaat van de D66 fractie, dat het op de agenda zou worden gezet van de fractievergadering. Daarna heb ik er nooit meer van gehoord. En toch was mijn verzoek, om een tijdslimiet in de wet ten voordele op te nemen, uiterst reëel en praktisch snel uitvoerbaar. Dus ik begrijp niet waarom dat nog niet is gerealiseerd.

Ondertussen is de behandeling van het herzieningsverzoek van de heer Baybasin vanaf indiening 1 april 2011 tot heden nog steeds niet afgerond, met dank aan het parlement dus wettig, en kan tot in het oneindige door gaan. Nou ja een mensenleven is uiteraard wel eindig en dan kan het verzoek samen met Baybasin het graf in.

Het herzieningsverzoek is in ieder geval in de afgelopen periode opnieuw driemaal uitgesteld. Ik heb daarom besloten mijn visie  op de Baybasin-affaire te vertellen via een website. Niet dat ik erg positief ben over een mogelijke vrijlating van Baybasin die, nadat ik de zaak nu zo’n drie en een half jaar bestudeer, volgens mijn overtuiging beslist op valse gronden, noem het verknipt bewijs naar het boek van Ton Derksen, is veroordeeld. De overmacht is net iets te groot waar tegen hij moet opboksen.

De hulp die hij krijgt van zijn advocaten is bewonderenswaardig en volhardend te noemen, maar gesteld  tegenover de tankbrigade van de staat krijgen zij weinig kans. Daarvoor moet een wonder geschieden, ziet u, want ik maak liever een wonder mee dan een revolutie.

Ik wil gewoon niet dat de man vergeten wordt, dat hij binnen onze samenleving een identiteit krijgt, dat is het minste wat ik voor hem kan doen ter compensatie van alle jaren dat hij niet alleen ten onrechte gevangen is gezet, maar ook nog eens is gekoeioneerd op alle mogelijke manieren.

En ik wil mensen, die er belangstelling voor hebben, uitleggen vanuit mijn professie, organisatiekunde en communicatie, wat en hoe dit allemaal zo kon en kan gebeuren.

Waarom het kon gebeuren en waarvoor, in de zin van drijfveren en winst voor de staat, ligt meer op uw terrein van onderzoek, want de Baybasin- affaire is een staatsaangelegenheid, geen veroordeling van een drugscrimineel, hoe groots en meeslepend, maar ook hoe simpel het is gebracht middels, wat heet, ‘bewijsvoering’, vonnissen en arresten. Zo denk ik er over.

De website is te vinden onder:
www.baybasin-report.nl

Lidy Broersma

——————————————————————————————————

Datum: 11 februari 2015 08:39:32 CET
Aan: k.arib@tweedekamer.nl, etc. etc etc
Kopie: Adèle van der Plas <vanderplas@bsvdp.nl>

Geachte kamerleden,

bij deze breng ik u op de hoogte van mijn correspondentie met uw fractievoorzitters. Overigens heb ik bij nader inzien nog een vraag, ik zou namelijk erg graag weten hoe de wet herziening ten voordele tot stand is gekomen. Welke fasen zijn doorlopen, van aanleiding tot uiteindelijke bekrachtiging, inclusief de informatie die daarover bekend is, uitgezet in de tijd, dus de tijdstippen van cruciale momenten in het ontwikkelingsproces van deze wet. Wie hebben mee gedaan aan- cq waren betrokken bij die besluitvorming en de totstandkoming. Was u als kamerlid er bijvoorbeeld bij betrokken?

Ik zou u daarvoor zeer erkentelijk zijn.

Met vriendelijke groet,
L.D. Broersma

Lees ook:
Baybasin en de foute rechters

Baybasin en zijn dubbelloops jachtgeweer

Zo las ik in een tweet van voormalig raadsheer Wicher Wedzinga:

Binnenkort op mijn site: Het dubbelloops jachtgeweer van Baybasin. Ten onrechte tot levenslang veroordeeld dmv duivelse politieke intriges?

dinsdag 25 november 2014 gaf ik daarop het volgende commentaar bij de roestige spijker: Lees verder Baybasin en zijn dubbelloops jachtgeweer

Baybasin, Wladimiroff en de Raad van Discipline

“Ik eis een bewijs”, zei de voorzitter van de Raad van Discipline. Zo ongeveer dan, maar in feite komt het daar op neer, toen Baybaşin ter zitting uitlegde, op vragen van de rechter, hoe het was gegaan met de advocaat Wladimiroff voor wat betreft het betalen van zijn diensten.

De rechter zei: U hebt de zaak aangespannen, u moet bewijzen, en dus onderbrak de vz van de raad van Discipline regelmatig Baybaşin’s verhaal met: Heeft u daar een reçu van? of: Heeft u daar een kopie van gemaakt?

Baybaşin verdedigde zich en vertelde de voorzitter dat hij antwoord gaf op de vragen, door de gang van zaken te schetsen, maar dat hij de gevraagde bewijzen niet kon overleggen. Hij voegde daar aan toe dat binnen de gevangenis alles wordt geregistreerd, bovendien had hij post aan Wladimiroff aangetekend verstuurd, waarvoor hij per keer 13 euro moest betalen, dus het moest wel te achterhalen zijn.

Hij schetste de Raad hoe moeilijk het was om een dossier compleet en op orde te houden in de gevangenis, omdat het dossier keer op keer in beslag werd genomen en er zaken uit verdwenen. Ook het kopiëren in de gevangenis is niet eenvoudig te realiseren voor een gedetineerde.

Het dossier was meerdere keren vanuit zijn cel meegenomen, ook door Demmink en dat weet ik mij nog te herinneren uit één van zijn radio optredens bij Talk2Myra, en zelfs Peter R. de Vries heeft zijn dossier, onder het mom van mogelijk hulp, in vertrouwen meegekregen. Ook toen bleken er na teruggave stukken uit verdwenen.

Hoe dan ook de voorzitter van de Raad ging daar niet op in, in tegendeel het bleef: maar toch, maar toch, maar toch, meneer Baybaşin, u hebt deze zaak aangespannen, dus u moet bewijzen met reçu’s en kopieën etcetera, etcetera.

Het zal duidelijk zijn dat de tegenpartij Wladimiroff en zijn advocaat het hier roerend mee eens waren. En objectief gezien is dat standpunt juridisch zeker juist, maar was het redelijk? Nee, niet zoals het werd gebracht en niet na zoveel maanden van uitwisseling van standpunten. Vragen werden gesteld, die de rechters tijdens de voorfase van uitwisseling van standpunten m.i. ook hadden kunnen bedenken, maar werden bewaard tot de afrondende mondelinge bespreking, alsof die ter plekke spontaan bij hen opkwamen.

Dit  alles gebeurde tijdens de openbare zitting op 26 januari j.l. van de door Baybaşin aangespannen zaak tegen zijn voormalig advocaat Wladimiroff, die prompt ontkende ooit voor Baybaşin te hebben gewerkt. Hij wist van niks, kon zich niets herinneren en had nooit iets ontvangen, geen dossier, geen geld. Het waren slechts orienterende contacten die niet hebben geleid tot een werkrelatie. Zo zou ik het willen samenvatten.

De naam Demmink zei hem, als voormalig internationaal jurist, helemaal niets, totdat hij er door de tegenpartij mee werd geconfronteerd. Hij had ook nooit bemoeienis gehad met het besluit om het horen van een getuige in Turkije, die ontlastende verklaringen voor Baybaşin wilde afleggen tegenover de Nederlandse rechter commissaris, niet door te laten gaan. Dat was van een ander niveau, uitvoeringsniveau, zo beweerde hij glashard.

De rechters zwegen stil. De enkele vraag die Wladimiroff werd voorgelegd werkte in feite bevestigend voor zijn gelijk. Wat mij betreft vroegen de rechters vooral naar de bekende weg. Vragen waarbij je bij voorbaat al het antwoord weet, maar nog graag even uitgesproken wilt hebben? De voorzitter vroeg nog net niet aan de griffier: “Heeft u dat genoteerd?” De vragen werkten telkens in het nadeel van Baybaşin en in het voordeel van Wladimiroff.

‘Van der Plas en Baybaşin geloven in een complot’, sprak Wladimiroff,  op een soort van genoeglijk ons kent ons toontje, tegen de rechters.

Laten we dat zeer beladen woord in het vervolg maar achterwege laten, bedacht ik later, en het hebben over een Gentlemen’s Agreement of Herenakkoord, waar niets van op papier komt te staan. Kom er dan maar eens achter, als er zoveel obstakels worden opgeworpen. En hetgeen je dan ondanks de obstakels wel kunt bewijzen wordt genegeerd of geweigerd. Dat mag de rechter, volgens de wet, zonder enige verantwoording daarover af te leggen.

Van Wicher Wedzinga las ik ooit een tweet waarin hij beweerde dat een onvolkomen rechtsgang niet altijd tot een onjuist oordeel leidt. Hij schreef dat ter verdediging van het OM. Die onvolkomenheden in de rechtsgang heeft  Baybaşin ten volle mogen ervaren, keer op keer, echter in zijn nadeel. Ton Derksen heeft er een boek over geschreven: Verknipt Bewijs.

23 maart weten we meer, dan komt de Raad van Discipline met haar oordeel of met een tussenstandpunt. We wachten maar weer af, maar wachten duurt lang als je levenslang hebt gekregen.

 

p.s. : Toch heeft het hof van discipline Baybasin niet helemaal met lege handen laten staan. Kon ook moeilijk met het overlegde bewijs ( zie bij commentaren) De beslissing was als volgt:

“7 BESLISSING De Raad van Discipline: – verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn klacht voor zover die onderdeel a. betreft; – verklaart klachtonderdeel b. gegrond; – legt daarvoor aan klager de maatregel van enkele waarschuwing op. Aldus gewezen door jhr. mr. A.W. Beelaerts van Blokland, mrs. M.G. van den Boogerd, W.J. Hengeveld, P.J.E.M. Nuiten en P.C.M. van Schijndel, leden, bijgestaan door mr. M.M.C. van der Sanden als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 23 maart 2015.”

En punt b betreft uitsluitend de ‘schijn’ van belangenverstrengeling.

“5.17 Al met al is de raad van oordeel dat er in elk geval een schijn van belangenverstrengeling bestaat en dat die schijn door verweerder had moeten worden voorkomen. Met andere woorden, hij had in redelijkheid niet kunnen en mogen besluiten om voor Demmink te gaan optreden zonder daarvoor uitdrukkelijk de toestemming van beide partijen te vragen. Zodra hem bekend werd dat de kwestie te nauw verstrengeld was met de strafzaak tegen klager, had verweerder zich moeten onttrekken. Dat heeft hij niet gedaan en dat levert naar het oordeel van de raad een tuchtrechtelijk verwijt op. 5.18 De klacht is in zoverre gegrond.”