Het verhaal van Hüseyin Baybasin

“De groten noemen we bij hun naam; in Turkije kent iedereen ze en ook de betrokkenen zelf zouden verbaasd zijn als we hun namen niet zouden noemen. Zij hebben bekendheid verworven met daden die ze zelf overwegend helemaal niet als oneervol beschouwen. Dat zij zelfs teleurgesteld zouden zijn als we ze niet zouden noemen, is natuurlijk geen argument geweest.”

Aldus het tweetal criminologen, tevens politicologen, antropologen en verhalenvertellers Frank Bovenkerk en Yücel Yeşilgöz . In het boek De Maffia van Turkije van 1998 laten zij Baybaşin zijn verhaal vertellen. Zij, de schrijvers, tekenden het voor de geschiedenis op. De voorgeschiedenis:

“7. HET VERHAAL VAN HUSEYIN BAYBASIN   257

Opgroeien in het Koerdische zuidoosten van Turkije   260
De opbouw van een criminele carriere   262
Drugshandelaar  270
Koerdische bewustwording   274
Smokkelmysteries in de Perzische Golf en Rode Zee    285
Namus   289″

Baybaşin heeft zijn verhaal volgens de schrijvers openhartig en zonder enige terughoudendheid verteld, begin 1996 in een 20-tal gesprekken tijdens zijn detentie in een Nederlandse gevangenis. Zich blijkbaar niet bewust dat hier in Nederland andere mores gelden dan in Turkije, vertelde hij spontaan over zijn criminele handel en wandel vanaf zijn vroegste jeugd tot dan, met de laatste jaren als voortvarende zakenman.

De schrijvers vatten het als volgt samen:

 

Baybaşins hoofdstuk met zijn verhaal was volgens de schrijvers dus niet meer dan een ‘mooie’ illustratie van de typische carrière van een Turks Koerdische onderwereldbaas, zoals de schrijvers Baybaşin zichzelf laten introduceren: het ‘beresterke’ product van een traditionele stam die nog leeft met zaken als eer en bloedwraak en zich had ontwikkeld tot een maffiabaas van mythische proportie. De baba’s zelf doen alles aan imagebuilding om die status onder de het volk te bemachtigen. Nou dan weten de lezers het wel.

En ondanks de opgetekende geschiedenis worden de criminologen op 27 maart dan toch nog ‘overvallen’ door het bericht dat hij is gearresteerd. Nee, dat hadden ze blijkbaar nooit verwacht immers hij ‘leek’ het leven te leiden van een inmiddels keurige getrouwde zakenman.

De schrijvers treft geen blaam, want wat lezen we op blz 42; “De gevoeligheid van het materiaal noopt tot uiterste zorgvuldigheid; we hebben dan ook geen feiten vermeld die we niet volledig kunnen verantwoorden” 

Twee datums die de aandacht trekken:

*24 december 1995: de dag dat baybasin werd aangehouden.

*9 maart 1995: verzoek om uitlevering door de hoofdofficier van justitie van de rechtbank voor staatsveiligheidszaken te Istanbul en ook Interpol op verozek van de republiek Turkije een arrestatiebevel uit had doen gaan.

De feiten gecheckt? Als ik het goed heb begrepen is er alleen sprake van een diplomatiek verzoek van de Turkse -aan de Nederlandse overheid om Baybaşin aan hen uit te leveren. Een internationaal arrestatiebevel bestaat niet, is er nooit geweest. Baybaşin had een bewogen geschiedenis in de internationale ‘onderwereld’ achter de rug? Dat moest hij dan wel eerst zelf aan de schrijvers vertellen; volgens “eigen zeggen” één van de allergrootste baba van Turkije?

” Ofschoon het ons van meet of aan slechts te doen is om objectieve criminologische analyse, zijn we door de politieke kanten van het vraagstuk steeds gedwongen ook over de politieke implicaties van het probleem na te denken.”

Dat wordt door de schrijvers als zwaar ervaren, lees ik op blz 42. Want die politiek is een beperkende factor voor de objectiviteit, de wetenschappelijke benadering, zo schrijven zij. Maar dan hebben we die goeie ouwe Max. Max Weber voor intimi, die de schrijvers uitkomst bood, immers die goeie ouwe Max zei het al: objectiviteit is niet haalbaar. Gewoon je best doen en er zoveel mogelijk naar streven. Was getekend, Frankie&Co in het boek De Maffia van Turkije.

Tot slot: het zou het verhaal zijn van Hüseyin Baybaşin en dat verhaal, die criminele voorgeschiedenis, waar het OM en A-G Aben in zijn conclusie n.a.v. het Herzieningsverzoek naar verwijzen, valt zoals de schrijvers het dan nadrukkelijk en dan weer impliciet laten weten, buiten hun verantwoordelijkheid. In die zin vind ik het een laf boek en zeker niet wetenschappelijk.

Ik ben benieuwd overigens naar de uitgave van 2004. Baybaşin heeft het boek van 1998, noch het hoofdstuk, waarin hij ‘zelf’ zijn verhaal vertelt, vóór publicatie gelezen. Had er geen flauw benul van dat hij ‘ter illustratie’, als ‘het’ voorbeeld van een Turks Koerdische Maffiabaas en hoe je zoiets wordt, ten toon gesteld werd, want zo kun je het wel stellen.

Toen hij het in de gaten kreeg was het te laat. Luister nog eens naar het interview dat Rein Gerritsen gaf aan Talk2Myra.

Baybaşin en de blunderende Raad van Discipline

Ja mensen ik zie dat onmiddellijk. Met alle verstand kijk ik er naar en dan denk ik, lees ik dat nou goed? Ja het staat er toch echt. Geloof me dit is niet zo maar een verschrijving. Nee, de weerstand om Baybaşin, als klager, gelijk te geven is zo groot, dat de heren en dames van deze Raad van Discipline, Lees verder Baybaşin en de blunderende Raad van Discipline

Baybaşin en het Englandspiel

Oom Jaap noemde ik hem, hoewel hij niet echt mn oom was, maar hij was als vriend van de familie zo eigen dat die titel vanzelfsprekend bij hem hoorde. Mijn moeder was heel erg gek met hem. Ze kenden elkaar al vanaf hun jeugd. Misschien hadden ze wel eens verkering met elkaar gehad. Hoe dan ook ze hadden een goede band. Zelfs zo dat mijn moeder na de oorlog de trouwring van hem kreeg die had toebehoord aan zijn eerste vrouw, die in de oorlog was gefusilleerd. Voor gouden ringen was in die tijd geen geld.

Oom Jaap was militair in hart en nieren. Had nog gevochten in Korea en uiteraard in de Tweede Wereldoorlog. Vanuit Engeland deed hij gevaarlijke operaties op het vaste land van Europa. Zijn eerste vrouw, een Zwitserse, deed hetzelfde, maar Lees verder Baybaşin en het Englandspiel

Norgerhaven en het reclamespotje van de staat

Teeven heeft heel veel steun aan de gevangenisdirecteur Tom Yntema van Veenhuizen. De gevangenis waarmee je in het buitenland kunt scoren, volgens de directeur van het gevangenis museum Peter Sluiter, zo goed hebben onze gevangenen het daar. Ze mogen er zelfs in de spaarzame uurtjes buiten de cel op gras lopen. Ze gaan nog net niet loeien als de Nederlandse koeien, maar verder, zo gezond! Het klinkt als een paradijs en dat zegt weer iets over de andere gevangenissen waar de huidige bewoners naar toe mogen vertrekken. Beton en nog meer beton. Baybaşin noemt het levend begraven tussen het beton.

Anderhalf jaar geleden zijn de huidige 18, inmiddels 17 bewoners Lees verder Norgerhaven en het reclamespotje van de staat

Baybaşin en de papieren tijgers

‘Jongens’, zei ik op een keer tegen mijn beide kleinzonen,’ jongens, wat kun je nu het beste doen als je alleen bent en een groep agressieve  jongens tegenkomt?…… Als je kans ziet, maak je dan uit de voeten, maar lukt dat niet, probeer dan de leider te vinden, degene die de opdrachten geeft. Daar ga je met al je energie op af. Dat is jullie enige kans jongens in zo’n situatie. Dat heb ik niet van mezelf maar van jullie oudoom. Die deed dat zo! Maar nogmaals alleen als je niet anders kan.’

Ook Baybasin voelde zich geplaatst tegenover een groep en is het gevecht aan gegaan met
Lees verder Baybaşin en de papieren tijgers

Baybaşin en zijn ‘weapon of destruction’

Advocaat Generaal Aben in zijn conclusie van 4 september 2012 over het veronderstelde complot in de zaak Baybaşin, hij schrijft:
“Onvoorspelbaar was ook de straf die de Nederlandse rechter zou opleggen (als hij daartoe al zou overgaan). Baybaşin zou alleen effectief zijn uitgeschakeld bij de oplegging van een levenslange gevangenisstraf. Maar die straf was tien jaar geleden in elk geval (nog) hoogst uitzonderlijk. Die strafmaat viel niet zonder meer te verwachten. Uiteraard tenzij ook de Nederlandse rechter in het complot was betrokken, maar dat is geen veronderstelling die aan het herzieningsverzoek ten grondslag is gelegd. Bovendien was het in dat geval veel makkelijker geweest als de (gecorrumpeerde) rechter de uitlevering naar Turkije had toegestaan. Daar wisten de geheime connecties van Çiller wel raad met iemand als Baybasin. Zijn vlucht naar het buitenland was niet zonder reden.”

In zijn ijver om de complottheorie te ontkrachten Lees verder Baybaşin en zijn ‘weapon of destruction’

Baybaşin en de rechters die zichzelf overtroffen

Rechters worden in staat geacht om aan de hand van de door partijen gepresenteerde gegevens:

1. een gewogen eindoordeel te geven

2. partijen worden in staat geacht om die feiten ter zitting voldoende naar voren te brengen. ( de vraag is echter of de rechters hen daartoe de gelegenheid geven)

3. Inzake zijn of haar oordeel dient een rechter vanzelfsprekend (zo vanzelfsprekend is dat niet) op zoek te gaan naar relevante bewijsvoering en deze te analyseren.

Ik kan u lezers nu al vertellen dat op alle drie punten de rechters in de zaak Baybaşin hun taak op de grofste wijze hebben verzuimd uit voeren.

Om te beginnen is Baybaşin in 2001 tot 20 jaar veroordeeld voor het volgende delict:

2001: “Medeplegen van moord”

blijft ook in hoger beroep 2002: “Medeplegen van moord”, waarvoor dus levenslang is opgelegd

‘Medeplegen van moord” kon zo worden geformuleerd nadat zijn thuisadres in Lieshout werd aangemerkt als plaats delict.

Uit de conclusie van Aben:
“Het betreft de Ögezaak: Het medeplegen van moord (tezamen met Yavuz en Nuri Korkut en de uitvoerder(s) van de moord) op Sadik Suleyman Öge op 9 november 1997 (omstreeks 16.25 uur) in (een theetuin in) Istanbul. Baybasin heeft deze moord in Nederland beraamd, en daartoe instructies gegeven aan Yavuz en Korkut en aldus indirect de personen aangestuurd die deze moord moesten plegen.”

De redenering van Baybasins verdediging:

Yavuz Yavuztürk en Nuri Korkut zouden de moord op Öge in opdracht van Baybasin hebben moeten organiseren. In Turkije is de bedoelde Korkut echter nooit vervolgd voor de moord. Ofschoon het bewijsmateriaal in de zaak tegen Baybasin desgevraagd is overgedragen aan de Turkse autoriteiten is Yavuztürk, alsmede zijn twee andere verdachten in deze moordzaak in Turkije op 13 oktober 2004 overeenkomstig de eis van de aanklager vrijgesproken bij gebrek aan bewijs.

In het herzieningsverzoek wordt dit beschouwd als een weerlegging van ‘s hofs bewijsconstructie.

Yavuztürk heeft op de terechtzitting van de rechtbank te Sinop (Turkije) van 1 juli 2002,~~ c.q. later tegenover Langendoen verklaard dat hij niets met de moord van doen heeft en dat hij pas 5 â 6 maanden na de moord op Öge daarvan op de hoogte kwam, dat hem tijdens zijn detentie tapgesprekken en transcripties daarvan werden voorgehouden, en dit met de mededeling dat het gesprekken betroffen tussen hem en Baybasin, waarin de laatste hem opdracht tot de moord zou hebben gegeven. Naar zeggen van Yavuz was dat onjuist en herkende hij zijn eigen stem en die van Baybaşin niet eens.

Als gevolg van foltering en onder dwang heeft hij een bekennende verklaring ondertekend.De vraag rijst bovendien waarom de Nederlandse rechter wel uit Turkije afkomstig bewijsmateriaal over de moord op Öge is gepresenteerd, maar niet de ontkennende verklaring van Yavuz (uit 1998). Kennelijk is ontlastend bewijsmateriaal achtergehouden.”

De rechters vonden dit ter verdediging niet aannemelijk. Wat vonden de rechters in 2002 wel aannemelijk?

“Op 9 november 1997 is Oge in een theetuin in Istanbul vermoord. Uit telefoongesprekken die zijn afgeluisterd voor, op en na die datum blijkt dat de verdachte rechtstreeks betrokken is geweest bij deze moord. Hij heeft voor de moord aangegeven dat het werk geregeld/geklaard moest worden. Kort na de moord is hem gemeld dat het “ding” in een tuin “voor elkaar is” en de verdachte heeft daarover zijn tevredenheid uitgesproken.”

Het bewijs: Baybasin heeft in codetaal de moord op Öge vanuit zijn woonplaats Lieshout in Brabant ‘medegepleegd’, waarbij de codewoorden waren: het werk geregeld/geklaard moest worden, het ding in een tuin voor elkaar is, waarop een uiting van tevredenheid volgde.

En daarom schrijven de rechters: “Het hof is van oordeel dat de feiten en omstandigheden waaronder deze ( dus alle zes delicten, maar daarover later meer) zijn gepleegd, van dien aard zijn dat ze een zeer langdurige gevangenisstraf rechtvaardigen. In deze zaak staat het hof, evenals de rechtbank in eerste aanleg, voor de keuze of hij de maximale tijdelijke gevangenisstraf van twintig jaar of de levenslange gevangenisstraf die is geëist zal opleggen.”

Met andere woorden ook in rechtszaak in 2001 is die afweging gemaakt. Echter toen werd het 20 jaar. Dus waarom dan nu levenslang?

“Het niets ontziende karakter van de organisatie waarvan de verdachte de leider was, is een factor die in de overwegingen omtrent de strafmaat een groot gewicht in de schaal legt.

De koelbloedige, meedogenloze wijze waarop de verdachte wereldwijd acties van vergelding (c.q. pogingen daartoe) initieerde en regisseerde vraagt om een reactie, die voor de toekomst uitsluit dat hij nog ooit de gelegenheid krijgt, om op een dergelijke wijze over de levens van anderen te beslissen.

Dat alleen al rechtvaardigt naar het oordeel van het hof het opleggen van een levenslange gevangenisstraf.

Daarbij komen nog argumenten van generaal preventieve aard en van normbevestiging.

Dat laatste argument, waarvan de advocaat-generaal heeft benadrukt dat dit voor hem het meest important is, betekent in dit geval dat duidelijk moet worden gemaakt, dat iemand voor wie het leven van anderen van geen waarde is, het recht heeft verspeeld om nog langer in de vrije samenleving met die anderen te verblijven.”

Nou nou nou, wat een superlatieven. En dat moet de levenslange gevangenisstraf rechtvaardigen?

Nog even in de herhaling. Het bewijs: Baybasin heeft in codetaal de moord op Öge vanuit zijn woonplaats Lieshout in Brabant ‘medegepleegd’, waarbij de codewoorden waren: het werk geregeld/geklaard moest worden, het ding in een tuin voor elkaar is, waarop een uiting van tevredenheid volgde.

Volgens A-G Aben in zijn conclusie kon en kan een levenslange gevangenisstraf uitsluitend op basis van dit ene delict ‘de moord op Öge’ worden opgelegd. Toch wordt levenslang opgelegd op basis van bovengenoemde superlatieven van de rechters? Ja want er zijn niet meer, wat heet, bewijzen aangedragen! Het is dus een interpretatie van hetzelfde gegeven, met als doorslaggevend argument:

“De verdachte vormde samen met anderen een criminele organisatie die in Nederland zijn weerga nauwelijks kent. De slagkracht van deze organisatie blijkt alleen al uit de omstandigheid dat de hierboven genoemde strafbare feiten zich hebben voorgedaan in een korte periode, namelijk in de periode van september 1997 tot en met februari 1998.”

De rechters hebben zichzelf daarin overtroffen.

 

Link naar het vonnis

lees ook: dat verdient levenslang

Baybasin: dat verdient levenslang!

English version

Ik sprak laatst met de koffiejuffrouw, die in de koffiekamer van de rechters was toen zij het over Baybasin hadden. Zij bespraken het volgende:

“Ja wat moeten we toch met deze man. Hij heeft toch wel heel wat op zn kerfstok, zo te horen.

Die Hillenaar doet het goed, hè. Wat vind jij Jaap? Lees verder Baybasin: dat verdient levenslang!

Baybaşin: Opvolger Grootcrimineel Bruinsma der Lage Landen

Als we de vonnissen en arresten mogen geloven.

Ik moet toegeven dat ik de Roestige Spijker een beetje heb gebruikt als mijn externe geheugen. Daar put ik zo nu en dan uit. Zo ook mijn commentaar op het boek Verknipt Bewijs van Ton Derksen. Ik schrijf op maandag 26 mei 2014 om 14:33 het volgende:

Dan mijn tweede puntje van kritiek, meneer Derksen, die geef ik dan toch ook maar direct. U beweert het volgende:

„De rechter is slecht geëquipeerd om bedrog te ontdekken. Om tot zijn oordeel te komen gaat hij uit en moet hij uit kunnen gaan van de ambtseed van politiemensen, de onkreukbaarheid van OM-ers en de integriteit van het dossier. Een betrouwbare politie, een betrouwbaar OM en daarmee een zo betrouwbaar mogelijk dossier zijn het fundament van zijn oordelen. Als hij daar niet vanuit kan gaan, valt de bodem uit het rechtssysteem.”

Als u stelt dat de rechters slecht geëquipeerd zijn om het bedrog te ontdekken dan geeft u hen niet alleen een generaal pardon, maar u geeft hen daarmee tegelijkertijd een brevet van onvermogen en zet hen in een volkomen afhankelijke positie t.o.v. het OM, de politiemensen en onderzoeksinstituten als het NFI.

U schetst met deze stelling de omgekeerde wereld, waarbij de rechters ondergeschikt zijn aan -en niet meer dan marionetten van het OM. Een soort van veredeld secretariaat. Toch is het de rechter die zijn oordeel geeft en zijn handtekening zet. Hij of zij is hoe dan ook verantwoordelijk voor de veroordeling.

Tot zover mijn commentaar: laten we nu eens kijken waar de rechters hun oordeel met behulp van OM, politie, en NFI ‚formeel’ op hebben gebaseerd.

Eerst enkele gebeurtenissen in de tijd:

24-12-1995 tot 24-12-1996

De uitleveringsdetentie. Nederland probeert Baybaşin uit te leveren aan Turkije, dit mislukt.

25-12-1996 tot september 1997

Huisarrest in Nederland. Hij staat onder toezicht van veiligheidsdiensten en politie. Wanneer zijn uitlevering aan Turkije, n.a.v een door Baybaşin aangespannen kort geding, definitief wordt verboden is vrij om te gaan en te staan.

van september 1997 – 28 maart 1998 kan hij zich vrij bewegen in Nederland. In deze periode wordt een aanslag op hem gepleegd. Ondertussen wordt Baybaşins telefoon, zo wil het OM ons doen geloven, vijf maanden lang afgeluisterd. Er zijn volgens justitie 6000 telefoongesprekken getapt, gemiddeld 40 gesprekken per dag.

Hij wordt 28 maart 1998 opgepakt voor gepleegde delicten gedurende die vijf maanden dat hij vrij man was.

Zijn voorarrest wordt op 29 februari 2001 omgezet in een gevangenisstraf van 20 jaar en een jaar later

Op 30 juli 2002 wordt Baybasin in hoger beroep tot levenslang veroordeeld. Cassatie wordt afgewezen per Oktober 2003 . De commissie Buruma, waar advocaat Wladimiroff deel van uitmaakte, is ook niet onder de indruk en laat hem zitten op 1 februari 2011.

Toch start Baybasin direct daarna op 1 april 2011 een Herzieningsverzoek dat tot op heden in onderzoek is bij Advocaat generaal Aben van de Hoge Raad.

De periode waarbinnen het OM de strafbare feiten heeft geconstateerd ligt tussen september 1997 tot februari 1998. Welgeteld vijf maanden dus.

Een paar citaten uit het vonnis in Hoger Beroep. U hoeft het niet nauwkeurig te lezen, dat is bijna geen doen. Het bevestigt de periode en de criminele organisatie waar Baybasin leiding aan gaf:

hij in in of omstreeks de periode van 28 oktober tot en met 9 november 1997 te [pleegpplaats], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd;
9 november 1997 te [pleegplaats] opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of geweld en/of bedreiging en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, te weten etc etc

van 27 november 1997 tot en met 30 november 1997 te [pleegplaats], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk [slachtoffer 3] (alias [alias 1]) in een pand (woning) wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd heeft/hebben gehouden door die [slachtoffer 3] in dat pand (die woning) vast te houden en/of te verhinderen dat die [slachtoffer 3] dat pand/die woning kon verlaten, met het oogmerk één of meer anderen (familieleden en/of bekenden van die [slachtoffer 3]) te dwingen tot betaling van een openstaande (heroïne)schuld, welk feit hij, verdachte in of omstreeks de periode van 22 november 1997 tot en met 27 november 1997 te [pleegplaats], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of door misbruik van gezag en/of geweld en/of bedreiging en/of door gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen te verschaffen, hebbende hij verdachte

hij in of omstreeks de periode van 9 november 1997 tot en met 9 januari 1998 te [pleegplaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit als bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet , te weten het opzettelijk bereiden en /of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van ongeveer 23 kilogram, althans ongeveer 20 kilogram heroïne, in ieder geval een hoeveelheid van een stof bevattende heroïne (diacetylmorfine), zijnde heroïne (diacetylmorfine) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I (niet zijnde een hoeveelheid van 20 kg heroïne bestemd voor [betrokkene 4], althans voor een ander dan hem, verdachte), voor te bereiden en/of te bevorderen één of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat feit/die feiten te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daar behulpzaam bij te zijn en/of om zich en/of (een) ander(en) daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of gelden voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans ernstige redenen had(den) om te vermoeden dat die bestemd was/waren voor het plegen van dat feit, hebbende hij, verdachte, en/of één of meer van zijn mededader(s) (telkens) opzettelijk met betrekking tot die heroïne gelden (ter financiering van de aankoop en/of het transport van die heroïne), ter beschikking gesteld en/of ter beschikking laten stellen (aan met name [betrokkene 2]) en/of instructies verstrekt aan één of meer (zich in Turkije bevindende) personen (met name aan [betrokkene 2] en/of ene [betrokkene 6] en/of ene [betrokkene 7]) en/of contacten gelegd en/of onderhouden met (tussenpersonen van) één of meer koerier(s) en/of contacten gelegd en/of onderhouden met (tussenpersonen van) één of meer leveranciers, één en ander om tot overdracht
en/of het binnen het grondgebied van Nederland brengen van die heroïne te komen;

hij in of omstreeks de periode van [periode] 1998 te [pleegplaats] door misbruik van gezag en/of door het verschaffen van inlichtingen heeft gepoogd een ander, te weten [medeverdachte], te bewegen een misdrijf te begaan, te weten het tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen opzettelijk en met voorbedachten rade een of meer anderen, te weten [slachtoffer 4] en/of [slachtof[slachtoffer 5] van het leven beroven, hierin bestaande dat verdachte

etc. etc etc.

(Om het hele arrest, dat pas begin 2013 is gepubliceerd, te lezen klikt u hier.)

Wat opvalt in het vonnis is het woord pleegadres. Dat is de plek waar het misdrijf heeft plaatsgevonden, dat kon overal zijn, in Turkije, Kentucky, anywhere. Maar had Nederland dan wel het recht om deze man te vervolgen?

5.4 Betreffende de vraag of de Nederlandse rechter al dan niet rechtsmacht heeft met betrekking tot een of meer van de aan verdachte ten laste gelegde feiten merkt het hof het navolgende op:

De rechter schrijft: “Met betrekking tot uitlokking van een strafbaar feit geldt dat (mede) als locus delicti dient te worden beschouwd de plaats alwaar de uitlokkinghandelingen plaatsvonden.”

Dus ja, het OM had volgens de rechter wel degelijk recht om tot vervolging over te gaan want, het coördinatie centrum, van waaruit onze „Europese Pablo Escobar”, zoals hij in de media werd genoemd ,opereerde was het idyllische plaatsje Lieshout in Noord Brabant. Dus was Lieshout mede Locus Delicti ofwel plaats van delict. Tja ook weer opgelost zullen we maar zeggen. Toen de advocaat naar aanleiding van Baybaşins arrestatie in 1995 de rechtmatigheid daarvan betwistte, werd dit genegeerd. We weten nu dat die arrestatie berust op een diplomatiek verzoek van Turkije aan Nederland.

Hoe dan ook, terugkomend op de bewijsvoering met betrekking tot de arrestatie in 1998: wij moeten dan geloven dat deze man Baybaşin, die zich zo bewust was van zijn positie hier in Nederland; op wie jacht werd gemaakt vanuit Turkije als zijnde staatsvijand numero 2; die ook hier moest vrezen voor zijn leven, immers hij overleefde in die periode maar ternauwernood een aanslag; wij moeten dus geloven dat deze man in een periode van vijf maanden in staat was een criminele organisatie op poten te zetten, bemanning te recruteren, opdrachten uit te delen, liquidaties te laten uitvoeren, een handel in Heroine te laten floreren en daarmee een miljoenen omzet te genereren.

Wij, burgers van Nederland moeten geloven, op basis van deze vonissen of arresten, dat wij hier te maken hebben met de opvolger van grootcrimineel Bruinsma der Lage Landen; dat we te maken hebben met een man die stoïcijns zijn grootgruttersbedrijf in de Heroine en aanverwante zaken zoals moord, gijzeling etcetera etcetera, vanuit het centrum van zijn misdaadorganisatie in het idyllische stadje Lieshout, als een zieltje zonder zorg, via de telefoon zijn handel en manschappen bestierde en dat hij daarmee in die periode van vijf maanden miljoenen verdiende. Zoveel dat de Nederlandse staat zich gerechtigd voelde al zijn bezittingen in beslag te nemen. Daarvoor heeft Baybaşin uiteraard een zaak aangespannen, de zoveelste, een zaak die net als alle andere zaken, tergend langzaam verloopt.

En waar kennen we die Bruinsma ook alweer van? O ja de IRT-affaire. Roerige tijden die jaren negentig.

Baybaşin en het bewijs van het gelijk

Wanneer je op valse gronden met verknipt bewijs, zoals Baybaşin is overkomen, wordt veroordeeld dan wil je weten: Waarom? Waarom hebben ze jou dat geflikt? Waarom ben jij bijvoorbeeld ontslagen? Waarom jij?

Maar past dat binnen ons rechtssysteem, waar de rechter oordeelt over het gelijk van één van de partijen, nadat die hun standpunten een tijdje onderling uitwisselden?

Reinier Bakels verwoordt het in een commentaar als volgt: “Rechters zijn gehouden om hun beslissingen niet alleen op:
1.deugdelijk bewezen feiten te baseren, maar ook op
2.een deugdelijke motivering vanuit wetgeving en jurisprudentie. “

Anders gezegd, de rechter gaat niet achter het waarom aan, de motieven, behalve als het hem/haar zo uitkomt vanwege opportunische redenen blijkt af en toe. Maar normaal gesproken buigt de rechter zich vanachter zijn bureau als een veredelde scheidsrechter over de stukken van aanklager en verdediging, met achter zich een rij wetboeken, stelt nog een paar vragen tijdens de zitting en wijst na het raadplegen van de wetteksten en wijs beraad het gelijk toe aan de één of de ander.

De waarheid, vertelden advocaten ( o.a. Spong, Moszkowicz en een heer uit Arnhem, waarvan mij de naam steeds ontschiet maar die ik oneerbiedig Pistolen Paultje* noem), Mr Theo Hiddema is de naam, de waarheid is in het recht niet aan de orde.

Dat was het unanieme oordeel van die advocaten eind vorige eeuw, in een voor mij bijzonder indrukwekkende en schokkerende documentaire van de VPRO. In elke aflevering stond een advocaat centraal die, onder een felle lamp gezeten, deze gewetensvraag, over de waarheid in het recht, moest beantwoorden.

De waarheid is in ons rechtssysteem dus niet aan de orde, maar het gelijk. Ik zou dat willen aanvullen met: Het bewijs van het gelijk.

De rechter bepaalt wie het bewijs mag leveren, welk materiaal of welke informatie het keurmerk bewijs krijgt en wat te licht wordt bevonden. Welke getuigen wel of niet worden verhoord. Echter zoals we meerdere malen hebben kunnen zien, worden ‘bewijzen’ ook in elkaar geknutseld, soms niet van echt te onderscheiden.

Voor wat betreft het bewijzen neemt het OM een voorkeurspositie in ten opzichte van de verdachte in een strafzaak. Je kunt het zelfs letterlijk zien in de rechtszaal, waar de aanklager op gelijke hoogte als de rechter, nog erger eigenlijk als je goed kijkt, boven de rechters uittorend zijn betoog mag houden, als ware hij de rechterhand van de rechter.  De verdachte met zijn advocaat bevinden zich op een lager nivo tegenover de rechter. Dat zijn de verhoudingen. Je ziet het gewoon voor je.

Ons rechtssysteem kan niet uit de voeten met het waarom van een veroordeling of de achterliggende motieven; kan niet uit de voeten met de waarheid an sich. Het gaat uit van bewijzen en bewijsvoering en dan mogen we hopen dat het bewijs niet in elkaar geknutseld is, zoals in het geval van Baybaşin.

Het bewijzen van het waarom of het motief achter een veroordeling is een moeilijke zo niet onmogelijke weg, laat staan als je zoiets als een complot wilt bewijzen. Een woord dat door Baybaşin en Van der Plas helaas zelf is geintroduceerd in 2007, zo valt te lezen in hun verdediging:

“5. Inmiddels is gebleken dat de vervolging van aangever is voortgekomen uit een complot tussen enerzijds Turkse “belanghebbende kringen”, waaronder hoge tot zeer hoge ambtenaren en zelfs ministers, anderzijds (onder meer) Nederlandse hoge tot zeer hoge (politie- en justitie-)ambtenaren.”

Dat was tactisch geen handige zet, gezien de ontwikkelingen daarna, want hoe zijn de tegenstanders er mee aan de haal gegaan en, zoals Wladimiroff recent, dat nog steeds doen.

Binnen ons rechtssysteem moeten we ons daarom richten op datgene waarop het is ingesteld, namelijk de ten laste legging: Baybasin zou leiding hebben gegeven aan een omvangrijke criminele organisatie, die handelde in heroïne, waarmee enorme sommen geld werden verdiend, en heeft opdracht gegeven tot het vermoorden van twee mensen. Het bewijs daarvan heeft het OM voor 99% gevonden in de afgeluisterde telefoongesprekken die hij voerde.

Maar hoe is het OM aan die ‘bewijzen’ gekomen? Alles wijst er op dat het bewijs in elkaar geknutseld is. Dat daar een complot, laten we voortaan maar spreken over een Herenakkoord, aan ten grondslag ligt gaat voor de ten laste legging te diep en te ver. Voor een parlementair onderzoek zou het zich uitstekend lenen, daar niet van. De ‘complotgekte’ die het woord helaas teweeg heeft gebracht in maatschappij, (alternatief) medialand, overheid en politiek wordt dankbaar aangegrepen om het herzieningsverzoek onder uit te halen. En dat nu is m.i. het grote probreem voor Baybaşin.

Gelukkig heeft advocaat Van der Plas dat op tijd ingezien en een aanvulling op het Herzieningsverzoek geschreven en  het boek van Ton Derksen ‘Verknipt bewijs’ als novum toegevoegd.

De vraag is nu wat Advocaat Generaal Aben van de Hoge Raad met de bewijsvoering enerzijds anderzijds doet. Hij zoekt en hij onderzoekt nu al vier jaar, heeft de hulp ingeroepen van allerlei deskundigen, maar of die het kunnen vinden, het bewijs van het gelijk, enerzijds anderzijds, dat is de vraag en de verrassing.

L.D. Broersma