Baybasin en het complot

Vooruit dan maar, het moet er dan toch eens van komen, het complot.

Zoals eerder gezegd, ik ben niet zo gek van dat woord complot, het is simpelweg te hoog gegrepen en daarmee ongrijpbaar. Dat heeft de hele procesgang van Baybaşin wel bewezen. Voorlopig zit hij nog steeds gevangen.

Ik heb de aangifte ,die de advocaat namens Baybasin heeft gedaan, bekeken en daar word ik niet vrolijk van.

“Sedert het arrest van het hof zijn uit diverse Turkse bronnen nieuwe feiten naar voren gekomen over de achtergronden van deze indertijd tegen klager geïnitieerde strafvervolging. Tezamen en in onderlinge samenhang bezien leiden zij tot de on ontkoombare conclusie dat aan klagers arrestatie en veroordeling een samenspan ning ten grondslag ligt vanaf hoog politiek niveau.”

Zijn klacht  van 30 mei 2008, die zich centreert rond de samenspanning op hoog politiek niveau ofwel  ‘het complot”, geeft een hoop informatie maar staat te ver af van  de zaak, waarvoor hij veroordeeld is, namelijk de opdracht tot moord op basis van tapverslagen en een enkele verklaring van een getuige over heroinehandel.

Als rechter zou ik met die aangiftes ook niks kunnen, al zou ik het willen. Ook voor de rechter is het complot te hoog gegrepen ofwel te abstract, blijkt ook wel uit het oordeel.

Zijn veroordelingen eerder zijn m.i. zondermeer geconstrueerde producten en bij het lezen van de vonnissen heb ik gedacht, how low can you go. Maar met de aangiftes van pedofilie tegen Demmink, en de daaruit volgende ‘chantage’ door de Turkse overheid, is zijn situatie in feite steeds uitzichtlozer geworden.

Nu ben ik me er echt wel van bewust dat achteraf en van een afstand het gemakkelijker is om dat te constateren. Dat ik dit constateer is wellicht een inconvenient truth, zeker voor zijn advocaat, maar een feit is dat Baybaşin wordt opgevoerd als the good guy tegen the bad guy Demmink. Het is voortdurend de combinatie Demmink/Baybaşin en wel in die volgorde. Zo wordt het in de rechtszaal en publiekelijk voorgesteld. Dat is heel erg jammer voor Baybaşin, want alleen in cowboyfilms wint de good guy het van de bad guy. En er is echt geen eer te behalen om opgevoerd te worden als het ultieme slachtoffer, ook niet op Goede Vrijdag. Ik ga dat vandaag dan ook niet doen.

Ik begrijp dat Baybaşin er niet over peinst om via de achterdeur te vertrekken, zoals hem dat inmiddels tweemaal is aangeboden. Bovendien zal een dergelijk vertrek hem veel te veel gezichtsverlies binnen de Koerdische gemeenschap opleveren, en dat moet niet worden onderschat.  Wat dat betreft zal de Overheid met een beter alternatief op de proppen moeten komen of zal het ultieme bewijs van zijn onschuld moeten worden geleverd door weet ik wie?

Is er dan geen sprake van een complot?

Er is in ieder geval sprake van smerig spel. En er zijn als ik het zo bekijk en vermoed meerdere spelers vanuit verschillende (internationale) netwerken en belangen. Het gaat niet alleen om Demmink, onmogelijk. Wellicht heeft hij veel macht (gehad), maar het is ook mogelijk dat hij is opgevoerd als de scapegoat voor een kliek, die heel veel op heeft met geitenkoppen en geheime genootschappen. Dat hele chantageverhaal kan ook zijn opgediend om zijn verdediging op een dwaalspoor te zetten, nietwaar?

Of ik geloof dat Baybaşin oprecht is?

Ja nog steeds. Dat heb ik hem pas geleden laten weten. Ook dat het beslist geen enkel punt is dat hij mij, om wat voor reden dan ook, niet meer belt. Die paar keer was het een genoegen, zal ik maar zeggen. Eigenlijk vind ik het zo wel beter, want nu kan ik onafhankelijk blijven en vrij in wat ik wil schrijven over zijn zaak en onze rechtsstaat, want het één kun je niet los zien van het ander. Wat dat betreft levert de bestudering een goed inzicht in de staat van onze rechtsstaat, en met zijn zaak als graadmeter is dat niet best.

Baybaşin en de rechters die zichzelf overtroffen

Rechters worden in staat geacht om aan de hand van de door partijen gepresenteerde gegevens:

1. een gewogen eindoordeel te geven

2. partijen worden in staat geacht om die feiten ter zitting voldoende naar voren te brengen. ( de vraag is echter of de rechters hen daartoe de gelegenheid geven)

3. Inzake zijn of haar oordeel dient een rechter vanzelfsprekend (zo vanzelfsprekend is dat niet) op zoek te gaan naar relevante bewijsvoering en deze te analyseren.

Ik kan u lezers nu al vertellen dat op alle drie punten de rechters in de zaak Baybaşin hun taak op de grofste wijze hebben verzuimd uit voeren.

Om te beginnen is Baybaşin in 2001 tot 20 jaar veroordeeld voor het volgende delict:

2001: “Medeplegen van moord”

blijft ook in hoger beroep 2002: “Medeplegen van moord”, waarvoor dus levenslang is opgelegd

‘Medeplegen van moord” kon zo worden geformuleerd nadat zijn thuisadres in Lieshout werd aangemerkt als plaats delict.

Uit de conclusie van Aben:
“Het betreft de Ögezaak: Het medeplegen van moord (tezamen met Yavuz en Nuri Korkut en de uitvoerder(s) van de moord) op Sadik Suleyman Öge op 9 november 1997 (omstreeks 16.25 uur) in (een theetuin in) Istanbul. Baybasin heeft deze moord in Nederland beraamd, en daartoe instructies gegeven aan Yavuz en Korkut en aldus indirect de personen aangestuurd die deze moord moesten plegen.”

De redenering van Baybasins verdediging:

Yavuz Yavuztürk en Nuri Korkut zouden de moord op Öge in opdracht van Baybasin hebben moeten organiseren. In Turkije is de bedoelde Korkut echter nooit vervolgd voor de moord. Ofschoon het bewijsmateriaal in de zaak tegen Baybasin desgevraagd is overgedragen aan de Turkse autoriteiten is Yavuztürk, alsmede zijn twee andere verdachten in deze moordzaak in Turkije op 13 oktober 2004 overeenkomstig de eis van de aanklager vrijgesproken bij gebrek aan bewijs.

In het herzieningsverzoek wordt dit beschouwd als een weerlegging van ‘s hofs bewijsconstructie.

Yavuztürk heeft op de terechtzitting van de rechtbank te Sinop (Turkije) van 1 juli 2002,~~ c.q. later tegenover Langendoen verklaard dat hij niets met de moord van doen heeft en dat hij pas 5 â 6 maanden na de moord op Öge daarvan op de hoogte kwam, dat hem tijdens zijn detentie tapgesprekken en transcripties daarvan werden voorgehouden, en dit met de mededeling dat het gesprekken betroffen tussen hem en Baybasin, waarin de laatste hem opdracht tot de moord zou hebben gegeven. Naar zeggen van Yavuz was dat onjuist en herkende hij zijn eigen stem en die van Baybaşin niet eens.

Als gevolg van foltering en onder dwang heeft hij een bekennende verklaring ondertekend.De vraag rijst bovendien waarom de Nederlandse rechter wel uit Turkije afkomstig bewijsmateriaal over de moord op Öge is gepresenteerd, maar niet de ontkennende verklaring van Yavuz (uit 1998). Kennelijk is ontlastend bewijsmateriaal achtergehouden.”

De rechters vonden dit ter verdediging niet aannemelijk. Wat vonden de rechters in 2002 wel aannemelijk?

“Op 9 november 1997 is Oge in een theetuin in Istanbul vermoord. Uit telefoongesprekken die zijn afgeluisterd voor, op en na die datum blijkt dat de verdachte rechtstreeks betrokken is geweest bij deze moord. Hij heeft voor de moord aangegeven dat het werk geregeld/geklaard moest worden. Kort na de moord is hem gemeld dat het “ding” in een tuin “voor elkaar is” en de verdachte heeft daarover zijn tevredenheid uitgesproken.”

Het bewijs: Baybasin heeft in codetaal de moord op Öge vanuit zijn woonplaats Lieshout in Brabant ‘medegepleegd’, waarbij de codewoorden waren: het werk geregeld/geklaard moest worden, het ding in een tuin voor elkaar is, waarop een uiting van tevredenheid volgde.

En daarom schrijven de rechters: “Het hof is van oordeel dat de feiten en omstandigheden waaronder deze ( dus alle zes delicten, maar daarover later meer) zijn gepleegd, van dien aard zijn dat ze een zeer langdurige gevangenisstraf rechtvaardigen. In deze zaak staat het hof, evenals de rechtbank in eerste aanleg, voor de keuze of hij de maximale tijdelijke gevangenisstraf van twintig jaar of de levenslange gevangenisstraf die is geëist zal opleggen.”

Met andere woorden ook in rechtszaak in 2001 is die afweging gemaakt. Echter toen werd het 20 jaar. Dus waarom dan nu levenslang?

“Het niets ontziende karakter van de organisatie waarvan de verdachte de leider was, is een factor die in de overwegingen omtrent de strafmaat een groot gewicht in de schaal legt.

De koelbloedige, meedogenloze wijze waarop de verdachte wereldwijd acties van vergelding (c.q. pogingen daartoe) initieerde en regisseerde vraagt om een reactie, die voor de toekomst uitsluit dat hij nog ooit de gelegenheid krijgt, om op een dergelijke wijze over de levens van anderen te beslissen.

Dat alleen al rechtvaardigt naar het oordeel van het hof het opleggen van een levenslange gevangenisstraf.

Daarbij komen nog argumenten van generaal preventieve aard en van normbevestiging.

Dat laatste argument, waarvan de advocaat-generaal heeft benadrukt dat dit voor hem het meest important is, betekent in dit geval dat duidelijk moet worden gemaakt, dat iemand voor wie het leven van anderen van geen waarde is, het recht heeft verspeeld om nog langer in de vrije samenleving met die anderen te verblijven.”

Nou nou nou, wat een superlatieven. En dat moet de levenslange gevangenisstraf rechtvaardigen?

Nog even in de herhaling. Het bewijs: Baybasin heeft in codetaal de moord op Öge vanuit zijn woonplaats Lieshout in Brabant ‘medegepleegd’, waarbij de codewoorden waren: het werk geregeld/geklaard moest worden, het ding in een tuin voor elkaar is, waarop een uiting van tevredenheid volgde.

Volgens A-G Aben in zijn conclusie kon en kan een levenslange gevangenisstraf uitsluitend op basis van dit ene delict ‘de moord op Öge’ worden opgelegd. Toch wordt levenslang opgelegd op basis van bovengenoemde superlatieven van de rechters? Ja want er zijn niet meer, wat heet, bewijzen aangedragen! Het is dus een interpretatie van hetzelfde gegeven, met als doorslaggevend argument:

“De verdachte vormde samen met anderen een criminele organisatie die in Nederland zijn weerga nauwelijks kent. De slagkracht van deze organisatie blijkt alleen al uit de omstandigheid dat de hierboven genoemde strafbare feiten zich hebben voorgedaan in een korte periode, namelijk in de periode van september 1997 tot en met februari 1998.”

De rechters hebben zichzelf daarin overtroffen.

 

Link naar het vonnis

lees ook: dat verdient levenslang

Baybaşin tegenover de denktank van de staat

In mijn werkzame leven kreeg ik op een gegeven moment te maken met een man die gespecialiseerd was in het begeleiden van bedrijven in financiële moeilijkheden en de afwikkeling daarvan. Het was een vrolijke en ook verstandige man, want het eerste dat hij regelde was de financiële afwikkeling voor zichzelf; hij kreeg per dag uitbetaald en zodoende had hij geen zorgen voor de dag van morgen en bracht  de vrolijke noot in sombere tijden.

Op een gegeven moment merkte ik op dat hij er zo vrolijk onder bleef, immers het was één en al ellende waar we in zaten. Lidy, zei hij, leven is emotie, zaken doen is pure emotie en hij schaterde het uit.

Ik moet er nog wel eens aan denken als ik denk aan wat mensen drijft, waarom doen ze wat ze doen, waarom liegen ze, want er wordt gelogen in de zaak Baybaşin, ongelooflijk.

Wicher Wedzinga tweette ooit: ‘de waarheid kent vele gezichten.’ Dat zou ik willen nuanceren: ‘de waarheid draagt vele maskers.’

Wie liegt en wie spreekt de waarheid? Vaak verdraaid moeilijk om te ontdekken. Maar soms beginnen die maskers scheurtjes te vertonen, die het begin van de ontmaskering inluiden.

Voorbeelden, van  scheurtjes in het masker van de onkreukbare overheid, zijn de gewonnen zaken tegen de ambtenaar in functie Demmink, immers hij had zich er persoonlijk mee bemoeid om Baybaşin in isolatie te zetten en had zich, als hoogste man op het departement, het dossier van Baybaşin een tijdje toegeëigend. Baybaşin zal vervolgens wel weer moeten bewijzen dat er stukken uit zijn verdwenen, want de rechter eist een bewijs!

Het leven is emotie maar ook simpel. Als Baybaşin onschuldig levenslang heeft gekregen, en daar ben ik inmiddels helemaal van overtuigd, dan zijn zijn tegenstanders daar schuldig aan. Of het nu bewust of onbewust is, ze hebben er aan meegewerkt en werken er nog steeds aan mee.

Voor het onderhoud van die maskers en die maskerade heb je gerekend naar de omvang van deze Baybaşin-affaire beslist een denktank nodig. De vraag is nu wat de overheid bedacht, bedenkt en gaat doen om die scheurtjes te repareren; damage-control noemen ze dat tegenwoordig. Hoe maskeert de overheid in de zaak Baybaşin de waarheid? Hoe hebben zij de maskers gemaakt? Wie zijn dat, wie hebben aan zijn veroordeling meegewerkt? De waaromvraag zullen we maar even laten voor wat het is, maar hoe krijgen ze het voor elkaar om de man nu inmiddels al 20 jaar uit de weg te ruimen en te isoleren, althans dat wordt geprobeerd, van de maatschappij?

Hoe dat mogelijk is? Wel:

Door met man en macht te werken aan het centraliseren van de macht, dat wil zeggen dat je de groep die macht heeft steeds kleiner maakt. Dat is handig in zn algemeenheid maar in het bijzonder ook in deze zaak. Wat het eerst en het laatst komt is wisselbaar;

Je hebt in ieder geval maatregelen en wetgeving nodig en denktanks met ideeën, door behoeften te suggereren, die als motief gelden voor wetswijzigingen en maatregelen;

Daarmee kun je bijvoorbeeld reorganiseren en mensen op cruciale plekken benoemen en het liefst blijvend;

Door strenge eisen te stellen die de mogelijkheid geven om bewijzen of deskundigen toe te laten of uit te sluiten. Je hebt een kwaliteitsstempel nodig om op de lijst te komen om met het OM, voor rechters en advocaten te mogen werken, als het ware een staatsmonopolie op onderzoek;

Door de controle op openbaar bestuur te beperken bijvoorbeeld ook met het privatiseren van overheidstaken, zodat die niet meer onderhevig zijn aan die WOB;

Door de berichtgeving in de (alternatieve) media te sturen en bepaalde items te negeren of er juist de aandacht op te vestigen om daarmee de publieke opinie te beïnvloeden;

Met het creëren van een beetje chaos, zodat alles onoverzichtelijk wordt;

En met eenvoudig tijd rekken, zoals dat is mogelijk gemaakt met de wet ten voordele, waarin geen tijdslimiet is gesteld;

Kortom door zijn verdediging op alle mogelijke manieren te bemoeilijken.

Dit klinkt allemaal zwaar maar als je goed kijkt gebeuren al deze zaken soms stuitend zichtbaar en nog vaker subtiel en onopvallend, want motieven worden net zo gemakkelijk geconstrueerd als het bewijsmateriaal, als je maar de macht hebt en geen verantwoording hoeft af te leggen.

Laten we eens kijken naar ‘het motief’ voor het reorganiseren van de rechterlijke macht; een wetvoorstel van Ivo Opstelten, ingevoerd door Joris Demmink, inclusief het benoemen, nog vlak voordat hij met pensioen ging op 31 oktober 2012:

“Volgens de regering bestaat in de samenleving een toenemende behoefte aan specialisatie. De huidige structuur van de rechterlijke macht maakt het niet mogelijk op alle terreinen van rechtspraak kwaliteit te bieden. De gerechtsbesturen moeten gereorganiseerd worden. De indeling van de politie, het Openbaar Ministerie en de rechtspraak moeten op elkaar aansluiten om effectiever en efficiënter te kunnen samenwerken.”

En natuurlijk voorziet onze regering in die behoefte van het volk met de wet Herziening Gerechtelijke kaart. En waarin voorziet de wet?

Het wetsontwerp voorziet in een ingrijpende reorganisatie van de rechterlijke macht. De sectoren waarin de rechterlijke werkzaamheden op de verschillende rechtsgebieden verricht worden – onder leiding van een rechter die deel uitmaakt van het bestuur – verdwijnen. Het bestuur van de gerechten wordt teruggebracht tot drie leden, waaronder een niet-rechter ten behoeve van de bedrijfsvoering. Het bestuur van ieder gerecht dient eigen reglementen op te stellen die voorzien in de organisatiestructuur van het gerecht en de taakverdeling binnen het bestuur om te bepalen welke soorten zaken op welke zittingsplaatsen behandeld zullen worden.

Ook het bestuur van de Raad voor de Rechtspraak wordt teruggebracht tot drie leden. Het College van Afgevaardigden – bestaande uit afgevaardigden van de gerechten, dat tot taak heeft de Raad voor de Rechtspraak te adviseren – wordt op termijn afgeschaft.”

“Het wetsontwerp houdt in dat de huidige negentien rechtbanken teruggebracht worden tot tien rechtbanken, en de huidige vijf gerechtshoven tot vier. Bijna de helft van de zestig rechtspraaklocaties worden gesloten, waardoor er 32 over zullen blijven. Slechts op de helft daar weer van zullen na de herziening nog rechters, secretarissen en griffiemedewerkers werkzaam zijn.”

Afgeschaft, teruggebracht, met met deze woorden is de macht gecentraliseerd. Kleine besturen die de zittende magistratuur naar goeddunken mogen inrichten en de taken mogen verdelen onder de rechters. Datzelfde is gebeurd met de staande magistratuur van officieren van justitie per 1 januari 2013.

op 27 maart 2012 stond in een artikel in de Volkskrant het volgende citaat van de Nederlandse Vereniging voor Rechtsspraak, waarvan 80 procent van de rechters en officieren van justitie lid is:

Nu al kan geconstateerd worden dat de gerechtsbesturen in toenemende mate ondergeschikt geraakt zijn aan de Raad voor de Rechtspraak en dat het rechtersambt ‘verambtelijkt’. Het besef dat de rechterlijke macht een van de drie machten vormen die gelijkwaardig is aan de twee andere machten waarop een democratie gebouwd is – de wetgevende en de uitvoerende macht – verdwijnt.

Het heeft niet mogen helpen.  Voortvarend hebben Ivo Opstelten en Joris Demmink de reorganisatie doorgevoerd.

En dan volgt nu het wetsvoorstel rechterlijke macht ,want de maatschappij, en dat zijn wij, willen dat foute rechters worden aangepakt. Natuurlijk! Maar door wie worden ze met deze wet dan aangepakt? Door een onafhankelijke instituut? Nee, door ambtenaren binnen justitie. Een kleine groep, die de macht in handen heeft dankzij de wet Herziening Gerechtelijke kaart. Met de volgende wet, die een zwaard van Damocles in zich herbergt, wordt het mogelijk om lastige rechters in het gareel te houden.

Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) heeft een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd dat de mogelijkheden verruimt om rechters bij ongeoorloofd gedrag of andere ongewenste situaties een passende maatregel op te leggen.

De onafhankelijkheid van de rechters, de officieren van justitie, wordt met de invoering van deze wetten steeds meer aan banden gelegd.

Maatregelen worden ingevoerd, liefst buiten het parlement om, die de controle geven aan een kleine groep binnen het ministerie van justitie en veiligheid over de totale groep. Maatregelen die waar nodig, wanneer de nood aan de man komt, voor (on)eigenlijke doelen kunnen worden ingezet, voor damage-control. Dat is het verhaal.

Baybaşin: Opvolger Grootcrimineel Bruinsma der Lage Landen

Als we de vonnissen en arresten mogen geloven.

Ik moet toegeven dat ik de Roestige Spijker een beetje heb gebruikt als mijn externe geheugen. Daar put ik zo nu en dan uit. Zo ook mijn commentaar op het boek Verknipt Bewijs van Ton Derksen. Ik schrijf op maandag 26 mei 2014 om 14:33 het volgende:

Dan mijn tweede puntje van kritiek, meneer Derksen, die geef ik dan toch ook maar direct. U beweert het volgende:

„De rechter is slecht geëquipeerd om bedrog te ontdekken. Om tot zijn oordeel te komen gaat hij uit en moet hij uit kunnen gaan van de ambtseed van politiemensen, de onkreukbaarheid van OM-ers en de integriteit van het dossier. Een betrouwbare politie, een betrouwbaar OM en daarmee een zo betrouwbaar mogelijk dossier zijn het fundament van zijn oordelen. Als hij daar niet vanuit kan gaan, valt de bodem uit het rechtssysteem.”

Als u stelt dat de rechters slecht geëquipeerd zijn om het bedrog te ontdekken dan geeft u hen niet alleen een generaal pardon, maar u geeft hen daarmee tegelijkertijd een brevet van onvermogen en zet hen in een volkomen afhankelijke positie t.o.v. het OM, de politiemensen en onderzoeksinstituten als het NFI.

U schetst met deze stelling de omgekeerde wereld, waarbij de rechters ondergeschikt zijn aan -en niet meer dan marionetten van het OM. Een soort van veredeld secretariaat. Toch is het de rechter die zijn oordeel geeft en zijn handtekening zet. Hij of zij is hoe dan ook verantwoordelijk voor de veroordeling.

Tot zover mijn commentaar: laten we nu eens kijken waar de rechters hun oordeel met behulp van OM, politie, en NFI ‚formeel’ op hebben gebaseerd.

Eerst enkele gebeurtenissen in de tijd:

24-12-1995 tot 24-12-1996

De uitleveringsdetentie. Nederland probeert Baybaşin uit te leveren aan Turkije, dit mislukt.

25-12-1996 tot september 1997

Huisarrest in Nederland. Hij staat onder toezicht van veiligheidsdiensten en politie. Wanneer zijn uitlevering aan Turkije, n.a.v een door Baybaşin aangespannen kort geding, definitief wordt verboden is vrij om te gaan en te staan.

van september 1997 – 28 maart 1998 kan hij zich vrij bewegen in Nederland. In deze periode wordt een aanslag op hem gepleegd. Ondertussen wordt Baybaşins telefoon, zo wil het OM ons doen geloven, vijf maanden lang afgeluisterd. Er zijn volgens justitie 6000 telefoongesprekken getapt, gemiddeld 40 gesprekken per dag.

Hij wordt 28 maart 1998 opgepakt voor gepleegde delicten gedurende die vijf maanden dat hij vrij man was.

Zijn voorarrest wordt op 29 februari 2001 omgezet in een gevangenisstraf van 20 jaar en een jaar later

Op 30 juli 2002 wordt Baybasin in hoger beroep tot levenslang veroordeeld. Cassatie wordt afgewezen per Oktober 2003 . De commissie Buruma, waar advocaat Wladimiroff deel van uitmaakte, is ook niet onder de indruk en laat hem zitten op 1 februari 2011.

Toch start Baybasin direct daarna op 1 april 2011 een Herzieningsverzoek dat tot op heden in onderzoek is bij Advocaat generaal Aben van de Hoge Raad.

De periode waarbinnen het OM de strafbare feiten heeft geconstateerd ligt tussen september 1997 tot februari 1998. Welgeteld vijf maanden dus.

Een paar citaten uit het vonnis in Hoger Beroep. U hoeft het niet nauwkeurig te lezen, dat is bijna geen doen. Het bevestigt de periode en de criminele organisatie waar Baybasin leiding aan gaf:

hij in in of omstreeks de periode van 28 oktober tot en met 9 november 1997 te [pleegpplaats], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd;
9 november 1997 te [pleegplaats] opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of geweld en/of bedreiging en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, te weten etc etc

van 27 november 1997 tot en met 30 november 1997 te [pleegplaats], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk [slachtoffer 3] (alias [alias 1]) in een pand (woning) wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd heeft/hebben gehouden door die [slachtoffer 3] in dat pand (die woning) vast te houden en/of te verhinderen dat die [slachtoffer 3] dat pand/die woning kon verlaten, met het oogmerk één of meer anderen (familieleden en/of bekenden van die [slachtoffer 3]) te dwingen tot betaling van een openstaande (heroïne)schuld, welk feit hij, verdachte in of omstreeks de periode van 22 november 1997 tot en met 27 november 1997 te [pleegplaats], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of door misbruik van gezag en/of geweld en/of bedreiging en/of door gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen te verschaffen, hebbende hij verdachte

hij in of omstreeks de periode van 9 november 1997 tot en met 9 januari 1998 te [pleegplaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit als bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet , te weten het opzettelijk bereiden en /of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van ongeveer 23 kilogram, althans ongeveer 20 kilogram heroïne, in ieder geval een hoeveelheid van een stof bevattende heroïne (diacetylmorfine), zijnde heroïne (diacetylmorfine) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I (niet zijnde een hoeveelheid van 20 kg heroïne bestemd voor [betrokkene 4], althans voor een ander dan hem, verdachte), voor te bereiden en/of te bevorderen één of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat feit/die feiten te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daar behulpzaam bij te zijn en/of om zich en/of (een) ander(en) daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of gelden voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans ernstige redenen had(den) om te vermoeden dat die bestemd was/waren voor het plegen van dat feit, hebbende hij, verdachte, en/of één of meer van zijn mededader(s) (telkens) opzettelijk met betrekking tot die heroïne gelden (ter financiering van de aankoop en/of het transport van die heroïne), ter beschikking gesteld en/of ter beschikking laten stellen (aan met name [betrokkene 2]) en/of instructies verstrekt aan één of meer (zich in Turkije bevindende) personen (met name aan [betrokkene 2] en/of ene [betrokkene 6] en/of ene [betrokkene 7]) en/of contacten gelegd en/of onderhouden met (tussenpersonen van) één of meer koerier(s) en/of contacten gelegd en/of onderhouden met (tussenpersonen van) één of meer leveranciers, één en ander om tot overdracht
en/of het binnen het grondgebied van Nederland brengen van die heroïne te komen;

hij in of omstreeks de periode van [periode] 1998 te [pleegplaats] door misbruik van gezag en/of door het verschaffen van inlichtingen heeft gepoogd een ander, te weten [medeverdachte], te bewegen een misdrijf te begaan, te weten het tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen opzettelijk en met voorbedachten rade een of meer anderen, te weten [slachtoffer 4] en/of [slachtof[slachtoffer 5] van het leven beroven, hierin bestaande dat verdachte

etc. etc etc.

(Om het hele arrest, dat pas begin 2013 is gepubliceerd, te lezen klikt u hier.)

Wat opvalt in het vonnis is het woord pleegadres. Dat is de plek waar het misdrijf heeft plaatsgevonden, dat kon overal zijn, in Turkije, Kentucky, anywhere. Maar had Nederland dan wel het recht om deze man te vervolgen?

5.4 Betreffende de vraag of de Nederlandse rechter al dan niet rechtsmacht heeft met betrekking tot een of meer van de aan verdachte ten laste gelegde feiten merkt het hof het navolgende op:

De rechter schrijft: “Met betrekking tot uitlokking van een strafbaar feit geldt dat (mede) als locus delicti dient te worden beschouwd de plaats alwaar de uitlokkinghandelingen plaatsvonden.”

Dus ja, het OM had volgens de rechter wel degelijk recht om tot vervolging over te gaan want, het coördinatie centrum, van waaruit onze „Europese Pablo Escobar”, zoals hij in de media werd genoemd ,opereerde was het idyllische plaatsje Lieshout in Noord Brabant. Dus was Lieshout mede Locus Delicti ofwel plaats van delict. Tja ook weer opgelost zullen we maar zeggen. Toen de advocaat naar aanleiding van Baybaşins arrestatie in 1995 de rechtmatigheid daarvan betwistte, werd dit genegeerd. We weten nu dat die arrestatie berust op een diplomatiek verzoek van Turkije aan Nederland.

Hoe dan ook, terugkomend op de bewijsvoering met betrekking tot de arrestatie in 1998: wij moeten dan geloven dat deze man Baybaşin, die zich zo bewust was van zijn positie hier in Nederland; op wie jacht werd gemaakt vanuit Turkije als zijnde staatsvijand numero 2; die ook hier moest vrezen voor zijn leven, immers hij overleefde in die periode maar ternauwernood een aanslag; wij moeten dus geloven dat deze man in een periode van vijf maanden in staat was een criminele organisatie op poten te zetten, bemanning te recruteren, opdrachten uit te delen, liquidaties te laten uitvoeren, een handel in Heroine te laten floreren en daarmee een miljoenen omzet te genereren.

Wij, burgers van Nederland moeten geloven, op basis van deze vonissen of arresten, dat wij hier te maken hebben met de opvolger van grootcrimineel Bruinsma der Lage Landen; dat we te maken hebben met een man die stoïcijns zijn grootgruttersbedrijf in de Heroine en aanverwante zaken zoals moord, gijzeling etcetera etcetera, vanuit het centrum van zijn misdaadorganisatie in het idyllische stadje Lieshout, als een zieltje zonder zorg, via de telefoon zijn handel en manschappen bestierde en dat hij daarmee in die periode van vijf maanden miljoenen verdiende. Zoveel dat de Nederlandse staat zich gerechtigd voelde al zijn bezittingen in beslag te nemen. Daarvoor heeft Baybaşin uiteraard een zaak aangespannen, de zoveelste, een zaak die net als alle andere zaken, tergend langzaam verloopt.

En waar kennen we die Bruinsma ook alweer van? O ja de IRT-affaire. Roerige tijden die jaren negentig.

De Raad van Discipline Wladimiroff-Baybasin

Het vrouwe justitia symbool is het symbool van rechtvaardigheid. Een geblinddoekte vrouw, met in de ene hand een weegschaal en in de andere hand een zwaard. Denkend aan de zaak Baybaşin krijgt dat zwaard toch een andere betekenis en is het in de handen van zijn rechters eerder een zwaard van Damocles.

Die weegschaal die weegt naar gelang het belang, zo kreeg ik de indruk. Dus welk belang weegt het zwaarst. Als je in de rechtszaal zit, zoals ik vorige week maandag, dan zie je Lees “De Raad van Discipline Wladimiroff-Baybasin” verder