Baybaşin: zijn veroordeling een povere constructie

Begin 2007 begon ik een blog bij de Volkskrant als tijdverdrijf.  Daar kwam na een tijdje een blogger bij uit Cambodja. Hij runde een schooltje en mocht als enige zijn blog gebruiken om donaties te genereren. Velen deden dat trouw, waaronder ik. Toen kwam er in 2010 een kink in de kabel, de man werd gearresteerd in verband met pedofiele activiteiten, veroordeeld, gestraft en in 2011 het land uitgezet.

Via een reactie kwam ik terecht op de website van Micha Kat, van Revolutionaironline, die indertijd in die contreien woonde, er een artikel over schreef op zijn toenmalige website Klokkenluideronline, en daarin  onthullingen aankondigde. Ik heb er nooit meer iets van gezien op zijn website. Wel voor het eerst over Demmink en zo kom je van hier naar daar en uiteindelijk bij boublog, waar ik las over Baybaşin. En door een oproep daartoe, eind 2011, begon ik met ansichtkaarten te sturen aan Baybasin, dan heeft hij iets om wekelijks naar uit te kijken, dacht ik.

Eerlijk gezegd dacht ik ook dat het van tijdelijke aard zou zijn, ter overbrugging tot de uitspraak van de Hoge Raad zou komen op 3 juni 2012. Bovendien werd het verhaal van zijn onschuld zo overtuigend door Boudine Berkenbosch van Boublog gebracht, ik wilde gewoon wel aannemen dat het allemaal op een grote vergissing berustte, immers dat was al een paar keer daarvoor gebeurd, denkend aan de Puttense zaak en Lucia de B.

Intussen begon ik me meer in te lezen in de zaak Baybaşin. Krijg ik me daar een Engels artikel onder ogen, ik schrok me dood, Pablo Escobar was er niks bij, Mexicaanse toestanden, een hele misdadige clan die al schietend en moordend door Londen trok.  Ik dacht, mijn hemel waar ben ik nu weer ingestapt; ik zit hier als een nette mevrouw uit de provincie een beetje postkaarten te sturen en verhaaltjes te schrijven aan een grote crimineel, en dan heb ik hem ook nog eens beloofd dat ik dat elke week tot zn vrijlating ( dacht dus tot juni 2012) zou doen.

Echt mensen ik dacht: Hoe kom ik hier in godsnaam weer van af? Je bent net met pensioen en je wilt leuke dingen doen en dan stort je je weer in zoiets! Weet je wat, dacht ik bij mezelf, ik schrijf die Corstens een brief:

 

Ik dacht qua inhoud snijdt dat mes aan twee kanten. Jaja ik ben heel erg en niets menselijks is mij vreemd. Beetje ma flodderbrief is het wel geworden en dat ook een beetje met opzet om aandacht te genereren. Dat had effect want per omgaande kreeg ik een keurig antwoord van hem via zijn griffier:

 

Op moment had ik werkelijk geen enkele reden om te twijfelen aan de oprechtheid van deze brief. ‘Gelet op de complexiteit van de zaak’ stond er in. ‘Niet de tijd maar zorgvuldigheid is het uitgangspunt van een zaak bij de Hoge Raad.’

Dat maakte indruk, dat zijn woorden die ik vanuit mijn professie begrijp en fascinerend vind, dus ik  ging vanaf dat moment me serieuzer verdiepen in de zaak Baybaşin. Mijn kleine paniekmoment was ik al lang te boven gekomen, en ik bleef gewoon wekelijks mijn kaartje sturen, natuurlijk! Ik dacht, al is hij wellicht toch een zware crimineel, het is niet verkeerd om dat voor die man te doen, je hebt het hem beloofd, hij heeft er niet om gevraagd, klaar, niet meer over zeuren! Je kan en mag dat niet meer stoppen. Nee niet met deze man. Zo had ik al besloten.

De kalmte was al heel snel terug gekeerd, maar ik had inmiddels die brief wel geschreven.  Het antwoord is nu bepaald interessant te noemen omdat hij daarin al zo nadrukkelijk het tijdsaspect noemde, bizar omdat de Hoge Raad toen nog steeds gebonden was aan een tijdslimiet. Wel was de wet voorziening ten voordele in de maak. Een wet waar dus het tijdsaspect uit werd weggelaten, en met opzet is mijn overtuiging.

Hoe dan ook, toen ik zo het e.e.a. las o.a.  het arrest van Davids, waarin Baybaşin in 2004 in cassatie bevestigd kreeg, dat hij ‘terecht’ levenslang had gekregen in 2002, toen wist ik gewoon: Deze man is veroordeeld op een povere constructie. Zo noemde ik zijn veroordeling.

op 13 mei 2013 schreef in een commentaar bij de roestige spijker:

De Hoge Raad met al die deftige hooggeleerde heren weten zich geen raad, want de zaak is geen zaak. De zaak is een povere constructie, en Baybasin de prijs die de overheid moest betalen voor het veilig stellen van het belang van een bestuurselite.

Nu, bijna twee jaar na dit commentaar, ben ik er zelfs nog meer van overtuigd geraakt. Wat het belang is daar moeten we nog steeds naar raden. Zijn het die pedofiele gedragen van Demmink of zijn het economische belangen, zijn het verplichtingen in NATO verband, is het de drugshandel of simpelweg prestige, of simpelweg het niet willen toegeven heel erg fout te hebben gehandeld? Of is het een combinatie van al deze aspecten. Saillant detail is wel dat Corstens toestemming had gegeven indertijd om Baybasin uit te leveren. Een beslissing die later door een rechter werd herroepen.

Het is een grote en inderdaad zeer complexe zaak (geworden). Dat is voor mij duidelijk. Echter, de veroordeling van Baybaşin is en blijft een povere constructie.

Baybaşin en de stille staatsgreep

Baybaşin meent dat ons rechtssysteem is vernietigd en dat is goed te begrijpen, maar ik zou liever zeggen dat ons rechtssysteem zodanig is omgevormd dat een klein netwerk van mensen op cruciale plekken, in staat is waar nodig (politieke) tegenstanders of anderszins uit de weg te ruimen cq buiten spel te zetten. Ook in staat is om misdaden begaan door mensen van het eigen netwerk, of dat nu binnen of buiten de overheid is, af te dekken. Zelfs door onschuldigen de schuld in de schoenen te schuiven.

Ik schrijf met opzet waar nodig. Wanneer de belangen van het old-boys-network niet worden aangetast, zal het rechtssysteem gewoon zn werk doen. Het volk wordt in slaap gesust met
de geruststelling dat met de nieuwe wet in de maak ook rechters gestraft kunnen worden. En dat willen we toch? Van de Steur, zie loopbaan, zegt het in de Tweede kamer: Het ging hem niet ver genoeg! Maar het pikmeerarrest, daar hebben we het niet over. Ook niet over de rol van verschillende bewindslieden o.a. Sorgdrager:

image

Dat ‘lastige’ rechters, maar ook  ‘lastige’ officieren van justitie, en ‘lastige’ advocaten en ‘lastige’ AIVD-ers en “lastige” politiemensen, en wie nog meer ‘lastig’ is voor personen binnen de organisatie, dat die ook met de nieuwe voorstellen gemakkelijk op een zijspoor kunnen worden gezet, en monddood kunnen worden gemaakt, dat is geen onderwerp van discussie in het parlement. Men heeft alleen oog voor het aanlokkelijk perspectief.

Natuurlijk willen we dat de rechterlijke macht en allen die macht hebben gecontroleerd kunnen worden op machtsmisbruik en misdaden. Maar door wie? Door de minister van Justitie en Veiligheid? De minister die met behulp van zijn netwerk zoveel diensten naar zich toe heeft getrokken en vervolgens de macht heeft gecentraliseerd, dat men kan spreken over een stille staatsgreep? Die moeten waken over de rechtsstaat?

De kleine besturen binnen onze rechtsorganisatie  kunnen met de nieuwe wetten de taken verdelen en heersen. Mooier kunnen ze het bij de overheid niet maken, voor zichzelf.

1 april 2011 heeft Baybaşin een herzieningsverzoek ingediend bij de Hoge Raad. Als de gesmeerde bliksem zijn Ivo Opstelten en Demmink  in actie gekomen. Donner werd zonder al te veel poespas, in de demissionaire periode van kabinet Rutte, op 16 december 2011, door Ivo Opstelten naar de Raad van State gemanouevreerd.  Dat was nodig om de wet ‘herziening ten voordele’ er gemakkelijk doorheen te krijgen.  Ik weet niet wie de naam ‘Herziening ten voordele’ heeft bedacht, maar ik denk dat de ‘heren’ er hartelijk om moesten lachen.

Die wet herziening ten voordele was nodig om tijd te rekken in de zaak Baybaşin. Zo groot is deze zaak! Men haalt niet alleen alles uit de kast om aan damage-control te doen, maar men ontwerpt- en regelt via wetgeving tegelijkertijd de macht om haar macht te misbruiken, mooier kun je het niet maken. En het parlement is er niet tegen opgewassen of werkt er zelfs aan mee.

Op 19 jun. 2014 om 11:16 heeft lidy broersma het volgende geschreven:

Geachte fractievoorzitters van de Tweede Kamer,

Ik wend mij tot u met de volgende kwesties:

1.Naar ik heb vernomen is het herzieningsverzoek dat Mr Adele van der Plas namens Huseyin Baybasin heeft ingediend, en ik ga er hier van uit dat u allen zonder meer bekend bent met de zaak, dat dit herzieningsverzoek bij de Hoge Raad door Advocaat Generaal Aben voor de zoveelste keer verschoven is naar een latere datum.

Sedert januari 2012 is dat het patroon: datum prikken en vervolgens op de dag van de zitting kenbaar maken dat de datum wordt verschoven. Psychisch is dat voor de man in kwestie natuurlijk desastreus en dat is ook de reden dat ik nu schrijf. Schuldig of niet schuldig, menselijkerwijze gesproken is deze gang van zaken sowieso, laat ik het nog geen psychologische oorlogsvoering noemen, maar humanitair gezien een rampzalige ontwikkeling. Als het zo onduidelijk ligt dan zou ik helemaal geen datum noemen. En als een onderzoek zo vaak verschoven moet worden, dat het zelfs in de jaren gaat lopen, dan zou ik op zn minst eens inzage willen hebben in de totstandkoming van de planning. Wat is telkens de oorzaak dat de geplande zitting dan op het laatste nippertje niet door kan gaan. Hoe dan ook:

2. Deze gang van zaken is mogelijk gemaakt door de wet Herziening ten voordele van 1 oktober 2012.

De vraag is echter in wiens voordeel deze wet tot stand is gekomen? In 2012 heb ik reeds in een commentaar in Vrij Nederland het mogelijke negatieve effect opgemerkt, namelijk dat wat zich nu voltrekt: uitstel en nog meer uitstel tot in het oneindige.  Er is in deze wet immers geen beperking  opgenomen t.a.v. de duur van een dergelijk onderzoek.

Mijn verzoek aan u is deze kwestie op de agenda te zetten en alsnog deze wet aan te passen en een passage op te nemen met een tijdslimiet.

3. Dan de Shipsholaffaire, waar de heren Poot miljarden, en dan lees ik bedragen als 20 miljard, en al is het dan een paar miljard minder, we hebben het nog altijd over miljarden, op de staat, en dat zijn wij, wil verhalen door een investeringsmaatschappij in Amerika. Na wat ik tot nu toe heb gelezen wordt het de hoogste tijd om juist deze kwestie, die zo is uitgespeeld is via rechtszaken, zijpaden en media, via een parlementair onderzoek tot op de bodem uit te zoeken.

Mijn verzoek aan u is de kwestie op de agenda te zetten en een parlementair onderzoek te eisen.

In principe heb ik dus drie verzoeken:
1. Een einde te maken aan de psychisch zeer belastende wijze waarop telkens een datum wordt gepland in de herzieningszaak van de heer H. Baybasin bij de Hoge Raad, die dan vervolgens wordt verschoven en pas bekend wordt gemaakt op de dag van de zitting.
2. Een wetswijziging met betrekking tot de bovenstaande wet herzieningen ten voordele, met een tijdslimiet t.a.v de duur van een onderzoek.
3. een parlementair onderzoek naar de Shipshol affaire, aangezien het hier gaat om een miljardenclaim op de Nederlandse Staat en daarmee de Nederlandse burger,  door blijkbaar een Amerikaanse Investeringsmaatschappij.

Alvast bedankt voor uw aandacht.

Hoogachtend,
L.D. Broersma

——————————————————————————————————
Datum: 11 februari 2015 06:53:17 CET
Aan: “g.wilders@tweedekamer.nl” etc etc etc
Kopie: Adèle van der Plas <vanderplas@bsvdp.nl>

Geachte fractievoorzitters,

mijn verzoek van vorig jaar juni heeft weinig teweeg gebracht, behalve een enkele reactie, zoals van het secretariaat van de D66 fractie, dat het op de agenda zou worden gezet van de fractievergadering. Daarna heb ik er nooit meer van gehoord. En toch was mijn verzoek, om een tijdslimiet in de wet ten voordele op te nemen, uiterst reëel en praktisch snel uitvoerbaar. Dus ik begrijp niet waarom dat nog niet is gerealiseerd.

Ondertussen is de behandeling van het herzieningsverzoek van de heer Baybasin vanaf indiening 1 april 2011 tot heden nog steeds niet afgerond, met dank aan het parlement dus wettig, en kan tot in het oneindige door gaan. Nou ja een mensenleven is uiteraard wel eindig en dan kan het verzoek samen met Baybasin het graf in.

Het herzieningsverzoek is in ieder geval in de afgelopen periode opnieuw driemaal uitgesteld. Ik heb daarom besloten mijn visie  op de Baybasin-affaire te vertellen via een website. Niet dat ik erg positief ben over een mogelijke vrijlating van Baybasin die, nadat ik de zaak nu zo’n drie en een half jaar bestudeer, volgens mijn overtuiging beslist op valse gronden, noem het verknipt bewijs naar het boek van Ton Derksen, is veroordeeld. De overmacht is net iets te groot waar tegen hij moet opboksen.

De hulp die hij krijgt van zijn advocaten is bewonderenswaardig en volhardend te noemen, maar gesteld  tegenover de tankbrigade van de staat krijgen zij weinig kans. Daarvoor moet een wonder geschieden, ziet u, want ik maak liever een wonder mee dan een revolutie.

Ik wil gewoon niet dat de man vergeten wordt, dat hij binnen onze samenleving een identiteit krijgt, dat is het minste wat ik voor hem kan doen ter compensatie van alle jaren dat hij niet alleen ten onrechte gevangen is gezet, maar ook nog eens is gekoeioneerd op alle mogelijke manieren.

En ik wil mensen, die er belangstelling voor hebben, uitleggen vanuit mijn professie, organisatiekunde en communicatie, wat en hoe dit allemaal zo kon en kan gebeuren.

Waarom het kon gebeuren en waarvoor, in de zin van drijfveren en winst voor de staat, ligt meer op uw terrein van onderzoek, want de Baybasin- affaire is een staatsaangelegenheid, geen veroordeling van een drugscrimineel, hoe groots en meeslepend, maar ook hoe simpel het is gebracht middels, wat heet, ‘bewijsvoering’, vonnissen en arresten. Zo denk ik er over.

De website is te vinden onder:
www.baybasin-report.nl

Lidy Broersma

——————————————————————————————————

Datum: 11 februari 2015 08:39:32 CET
Aan: k.arib@tweedekamer.nl, etc. etc etc
Kopie: Adèle van der Plas <vanderplas@bsvdp.nl>

Geachte kamerleden,

bij deze breng ik u op de hoogte van mijn correspondentie met uw fractievoorzitters. Overigens heb ik bij nader inzien nog een vraag, ik zou namelijk erg graag weten hoe de wet herziening ten voordele tot stand is gekomen. Welke fasen zijn doorlopen, van aanleiding tot uiteindelijke bekrachtiging, inclusief de informatie die daarover bekend is, uitgezet in de tijd, dus de tijdstippen van cruciale momenten in het ontwikkelingsproces van deze wet. Wie hebben mee gedaan aan- cq waren betrokken bij die besluitvorming en de totstandkoming. Was u als kamerlid er bijvoorbeeld bij betrokken?

Ik zou u daarvoor zeer erkentelijk zijn.

Met vriendelijke groet,
L.D. Broersma

Lees ook:
Baybasin en de foute rechters

Baybasin en zijn dubbelloops jachtgeweer

Zo las ik in een tweet van voormalig raadsheer Wicher Wedzinga:

Binnenkort op mijn site: Het dubbelloops jachtgeweer van Baybasin. Ten onrechte tot levenslang veroordeeld dmv duivelse politieke intriges?

dinsdag 25 november 2014 gaf ik daarop het volgende commentaar bij de roestige spijker: Lees “Baybasin en zijn dubbelloops jachtgeweer” verder

Baybaşin tegenover de denktank van de staat

In mijn werkzame leven kreeg ik op een gegeven moment te maken met een man die gespecialiseerd was in het begeleiden van bedrijven in financiële moeilijkheden en de afwikkeling daarvan. Het was een vrolijke en ook verstandige man, want het eerste dat hij regelde was de financiële afwikkeling voor zichzelf; hij kreeg per dag uitbetaald en zodoende had hij geen zorgen voor de dag van morgen en bracht  de vrolijke noot in sombere tijden.

Op een gegeven moment merkte ik op dat hij er zo vrolijk onder bleef, immers het was één en al ellende waar we in zaten. Lidy, zei hij, leven is emotie, zaken doen is pure emotie en hij schaterde het uit.

Ik moet er nog wel eens aan denken als ik denk aan wat mensen drijft, waarom doen ze wat ze doen, waarom liegen ze, want er wordt gelogen in de zaak Baybaşin, ongelooflijk.

Wicher Wedzinga tweette ooit: ‘de waarheid kent vele gezichten.’ Dat zou ik willen nuanceren: ‘de waarheid draagt vele maskers.’

Wie liegt en wie spreekt de waarheid? Vaak verdraaid moeilijk om te ontdekken. Maar soms beginnen die maskers scheurtjes te vertonen, die het begin van de ontmaskering inluiden.

Voorbeelden, van  scheurtjes in het masker van de onkreukbare overheid, zijn de gewonnen zaken tegen de ambtenaar in functie Demmink, immers hij had zich er persoonlijk mee bemoeid om Baybaşin in isolatie te zetten en had zich, als hoogste man op het departement, het dossier van Baybaşin een tijdje toegeëigend. Baybaşin zal vervolgens wel weer moeten bewijzen dat er stukken uit zijn verdwenen, want de rechter eist een bewijs!

Het leven is emotie maar ook simpel. Als Baybaşin onschuldig levenslang heeft gekregen, en daar ben ik inmiddels helemaal van overtuigd, dan zijn zijn tegenstanders daar schuldig aan. Of het nu bewust of onbewust is, ze hebben er aan meegewerkt en werken er nog steeds aan mee.

Voor het onderhoud van die maskers en die maskerade heb je gerekend naar de omvang van deze Baybaşin-affaire beslist een denktank nodig. De vraag is nu wat de overheid bedacht, bedenkt en gaat doen om die scheurtjes te repareren; damage-control noemen ze dat tegenwoordig. Hoe maskeert de overheid in de zaak Baybaşin de waarheid? Hoe hebben zij de maskers gemaakt? Wie zijn dat, wie hebben aan zijn veroordeling meegewerkt? De waaromvraag zullen we maar even laten voor wat het is, maar hoe krijgen ze het voor elkaar om de man nu inmiddels al 20 jaar uit de weg te ruimen en te isoleren, althans dat wordt geprobeerd, van de maatschappij?

Hoe dat mogelijk is? Wel:

Door met man en macht te werken aan het centraliseren van de macht, dat wil zeggen dat je de groep die macht heeft steeds kleiner maakt. Dat is handig in zn algemeenheid maar in het bijzonder ook in deze zaak. Wat het eerst en het laatst komt is wisselbaar;

Je hebt in ieder geval maatregelen en wetgeving nodig en denktanks met ideeën, door behoeften te suggereren, die als motief gelden voor wetswijzigingen en maatregelen;

Daarmee kun je bijvoorbeeld reorganiseren en mensen op cruciale plekken benoemen en het liefst blijvend;

Door strenge eisen te stellen die de mogelijkheid geven om bewijzen of deskundigen toe te laten of uit te sluiten. Je hebt een kwaliteitsstempel nodig om op de lijst te komen om met het OM, voor rechters en advocaten te mogen werken, als het ware een staatsmonopolie op onderzoek;

Door de controle op openbaar bestuur te beperken bijvoorbeeld ook met het privatiseren van overheidstaken, zodat die niet meer onderhevig zijn aan die WOB;

Door de berichtgeving in de (alternatieve) media te sturen en bepaalde items te negeren of er juist de aandacht op te vestigen om daarmee de publieke opinie te beïnvloeden;

Met het creëren van een beetje chaos, zodat alles onoverzichtelijk wordt;

En met eenvoudig tijd rekken, zoals dat is mogelijk gemaakt met de wet ten voordele, waarin geen tijdslimiet is gesteld;

Kortom door zijn verdediging op alle mogelijke manieren te bemoeilijken.

Dit klinkt allemaal zwaar maar als je goed kijkt gebeuren al deze zaken soms stuitend zichtbaar en nog vaker subtiel en onopvallend, want motieven worden net zo gemakkelijk geconstrueerd als het bewijsmateriaal, als je maar de macht hebt en geen verantwoording hoeft af te leggen.

Laten we eens kijken naar ‘het motief’ voor het reorganiseren van de rechterlijke macht; een wetvoorstel van Ivo Opstelten, ingevoerd door Joris Demmink, inclusief het benoemen, nog vlak voordat hij met pensioen ging op 31 oktober 2012:

“Volgens de regering bestaat in de samenleving een toenemende behoefte aan specialisatie. De huidige structuur van de rechterlijke macht maakt het niet mogelijk op alle terreinen van rechtspraak kwaliteit te bieden. De gerechtsbesturen moeten gereorganiseerd worden. De indeling van de politie, het Openbaar Ministerie en de rechtspraak moeten op elkaar aansluiten om effectiever en efficiënter te kunnen samenwerken.”

En natuurlijk voorziet onze regering in die behoefte van het volk met de wet Herziening Gerechtelijke kaart. En waarin voorziet de wet?

Het wetsontwerp voorziet in een ingrijpende reorganisatie van de rechterlijke macht. De sectoren waarin de rechterlijke werkzaamheden op de verschillende rechtsgebieden verricht worden – onder leiding van een rechter die deel uitmaakt van het bestuur – verdwijnen. Het bestuur van de gerechten wordt teruggebracht tot drie leden, waaronder een niet-rechter ten behoeve van de bedrijfsvoering. Het bestuur van ieder gerecht dient eigen reglementen op te stellen die voorzien in de organisatiestructuur van het gerecht en de taakverdeling binnen het bestuur om te bepalen welke soorten zaken op welke zittingsplaatsen behandeld zullen worden.

Ook het bestuur van de Raad voor de Rechtspraak wordt teruggebracht tot drie leden. Het College van Afgevaardigden – bestaande uit afgevaardigden van de gerechten, dat tot taak heeft de Raad voor de Rechtspraak te adviseren – wordt op termijn afgeschaft.”

“Het wetsontwerp houdt in dat de huidige negentien rechtbanken teruggebracht worden tot tien rechtbanken, en de huidige vijf gerechtshoven tot vier. Bijna de helft van de zestig rechtspraaklocaties worden gesloten, waardoor er 32 over zullen blijven. Slechts op de helft daar weer van zullen na de herziening nog rechters, secretarissen en griffiemedewerkers werkzaam zijn.”

Afgeschaft, teruggebracht, met met deze woorden is de macht gecentraliseerd. Kleine besturen die de zittende magistratuur naar goeddunken mogen inrichten en de taken mogen verdelen onder de rechters. Datzelfde is gebeurd met de staande magistratuur van officieren van justitie per 1 januari 2013.

op 27 maart 2012 stond in een artikel in de Volkskrant het volgende citaat van de Nederlandse Vereniging voor Rechtsspraak, waarvan 80 procent van de rechters en officieren van justitie lid is:

Nu al kan geconstateerd worden dat de gerechtsbesturen in toenemende mate ondergeschikt geraakt zijn aan de Raad voor de Rechtspraak en dat het rechtersambt ‘verambtelijkt’. Het besef dat de rechterlijke macht een van de drie machten vormen die gelijkwaardig is aan de twee andere machten waarop een democratie gebouwd is – de wetgevende en de uitvoerende macht – verdwijnt.

Het heeft niet mogen helpen.  Voortvarend hebben Ivo Opstelten en Joris Demmink de reorganisatie doorgevoerd.

En dan volgt nu het wetsvoorstel rechterlijke macht ,want de maatschappij, en dat zijn wij, willen dat foute rechters worden aangepakt. Natuurlijk! Maar door wie worden ze met deze wet dan aangepakt? Door een onafhankelijke instituut? Nee, door ambtenaren binnen justitie. Een kleine groep, die de macht in handen heeft dankzij de wet Herziening Gerechtelijke kaart. Met de volgende wet, die een zwaard van Damocles in zich herbergt, wordt het mogelijk om lastige rechters in het gareel te houden.

Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) heeft een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd dat de mogelijkheden verruimt om rechters bij ongeoorloofd gedrag of andere ongewenste situaties een passende maatregel op te leggen.

De onafhankelijkheid van de rechters, de officieren van justitie, wordt met de invoering van deze wetten steeds meer aan banden gelegd.

Maatregelen worden ingevoerd, liefst buiten het parlement om, die de controle geven aan een kleine groep binnen het ministerie van justitie en veiligheid over de totale groep. Maatregelen die waar nodig, wanneer de nood aan de man komt, voor (on)eigenlijke doelen kunnen worden ingezet, voor damage-control. Dat is het verhaal.

Baybaşin: Opvolger Grootcrimineel Bruinsma der Lage Landen

Als we de vonnissen en arresten mogen geloven.

Ik moet toegeven dat ik de Roestige Spijker een beetje heb gebruikt als mijn externe geheugen. Daar put ik zo nu en dan uit. Zo ook mijn commentaar op het boek Verknipt Bewijs van Ton Derksen. Ik schrijf op maandag 26 mei 2014 om 14:33 het volgende:

Dan mijn tweede puntje van kritiek, meneer Derksen, die geef ik dan toch ook maar direct. U beweert het volgende:

„De rechter is slecht geëquipeerd om bedrog te ontdekken. Om tot zijn oordeel te komen gaat hij uit en moet hij uit kunnen gaan van de ambtseed van politiemensen, de onkreukbaarheid van OM-ers en de integriteit van het dossier. Een betrouwbare politie, een betrouwbaar OM en daarmee een zo betrouwbaar mogelijk dossier zijn het fundament van zijn oordelen. Als hij daar niet vanuit kan gaan, valt de bodem uit het rechtssysteem.”

Als u stelt dat de rechters slecht geëquipeerd zijn om het bedrog te ontdekken dan geeft u hen niet alleen een generaal pardon, maar u geeft hen daarmee tegelijkertijd een brevet van onvermogen en zet hen in een volkomen afhankelijke positie t.o.v. het OM, de politiemensen en onderzoeksinstituten als het NFI.

U schetst met deze stelling de omgekeerde wereld, waarbij de rechters ondergeschikt zijn aan -en niet meer dan marionetten van het OM. Een soort van veredeld secretariaat. Toch is het de rechter die zijn oordeel geeft en zijn handtekening zet. Hij of zij is hoe dan ook verantwoordelijk voor de veroordeling.

Tot zover mijn commentaar: laten we nu eens kijken waar de rechters hun oordeel met behulp van OM, politie, en NFI ‚formeel’ op hebben gebaseerd.

Eerst enkele gebeurtenissen in de tijd:

24-12-1995 tot 24-12-1996

De uitleveringsdetentie. Nederland probeert Baybaşin uit te leveren aan Turkije, dit mislukt.

25-12-1996 tot september 1997

Huisarrest in Nederland. Hij staat onder toezicht van veiligheidsdiensten en politie. Wanneer zijn uitlevering aan Turkije, n.a.v een door Baybaşin aangespannen kort geding, definitief wordt verboden is vrij om te gaan en te staan.

van september 1997 – 28 maart 1998 kan hij zich vrij bewegen in Nederland. In deze periode wordt een aanslag op hem gepleegd. Ondertussen wordt Baybaşins telefoon, zo wil het OM ons doen geloven, vijf maanden lang afgeluisterd. Er zijn volgens justitie 6000 telefoongesprekken getapt, gemiddeld 40 gesprekken per dag.

Hij wordt 28 maart 1998 opgepakt voor gepleegde delicten gedurende die vijf maanden dat hij vrij man was.

Zijn voorarrest wordt op 29 februari 2001 omgezet in een gevangenisstraf van 20 jaar en een jaar later

Op 30 juli 2002 wordt Baybasin in hoger beroep tot levenslang veroordeeld. Cassatie wordt afgewezen per Oktober 2003 . De commissie Buruma, waar advocaat Wladimiroff deel van uitmaakte, is ook niet onder de indruk en laat hem zitten op 1 februari 2011.

Toch start Baybasin direct daarna op 1 april 2011 een Herzieningsverzoek dat tot op heden in onderzoek is bij Advocaat generaal Aben van de Hoge Raad.

De periode waarbinnen het OM de strafbare feiten heeft geconstateerd ligt tussen september 1997 tot februari 1998. Welgeteld vijf maanden dus.

Een paar citaten uit het vonnis in Hoger Beroep. U hoeft het niet nauwkeurig te lezen, dat is bijna geen doen. Het bevestigt de periode en de criminele organisatie waar Baybasin leiding aan gaf:

hij in in of omstreeks de periode van 28 oktober tot en met 9 november 1997 te [pleegpplaats], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd;
9 november 1997 te [pleegplaats] opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of geweld en/of bedreiging en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, te weten etc etc

van 27 november 1997 tot en met 30 november 1997 te [pleegplaats], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk [slachtoffer 3] (alias [alias 1]) in een pand (woning) wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd heeft/hebben gehouden door die [slachtoffer 3] in dat pand (die woning) vast te houden en/of te verhinderen dat die [slachtoffer 3] dat pand/die woning kon verlaten, met het oogmerk één of meer anderen (familieleden en/of bekenden van die [slachtoffer 3]) te dwingen tot betaling van een openstaande (heroïne)schuld, welk feit hij, verdachte in of omstreeks de periode van 22 november 1997 tot en met 27 november 1997 te [pleegplaats], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of door misbruik van gezag en/of geweld en/of bedreiging en/of door gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen te verschaffen, hebbende hij verdachte

hij in of omstreeks de periode van 9 november 1997 tot en met 9 januari 1998 te [pleegplaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit als bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet , te weten het opzettelijk bereiden en /of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van ongeveer 23 kilogram, althans ongeveer 20 kilogram heroïne, in ieder geval een hoeveelheid van een stof bevattende heroïne (diacetylmorfine), zijnde heroïne (diacetylmorfine) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I (niet zijnde een hoeveelheid van 20 kg heroïne bestemd voor [betrokkene 4], althans voor een ander dan hem, verdachte), voor te bereiden en/of te bevorderen één of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat feit/die feiten te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daar behulpzaam bij te zijn en/of om zich en/of (een) ander(en) daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of gelden voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans ernstige redenen had(den) om te vermoeden dat die bestemd was/waren voor het plegen van dat feit, hebbende hij, verdachte, en/of één of meer van zijn mededader(s) (telkens) opzettelijk met betrekking tot die heroïne gelden (ter financiering van de aankoop en/of het transport van die heroïne), ter beschikking gesteld en/of ter beschikking laten stellen (aan met name [betrokkene 2]) en/of instructies verstrekt aan één of meer (zich in Turkije bevindende) personen (met name aan [betrokkene 2] en/of ene [betrokkene 6] en/of ene [betrokkene 7]) en/of contacten gelegd en/of onderhouden met (tussenpersonen van) één of meer koerier(s) en/of contacten gelegd en/of onderhouden met (tussenpersonen van) één of meer leveranciers, één en ander om tot overdracht
en/of het binnen het grondgebied van Nederland brengen van die heroïne te komen;

hij in of omstreeks de periode van [periode] 1998 te [pleegplaats] door misbruik van gezag en/of door het verschaffen van inlichtingen heeft gepoogd een ander, te weten [medeverdachte], te bewegen een misdrijf te begaan, te weten het tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen opzettelijk en met voorbedachten rade een of meer anderen, te weten [slachtoffer 4] en/of [slachtof[slachtoffer 5] van het leven beroven, hierin bestaande dat verdachte

etc. etc etc.

(Om het hele arrest, dat pas begin 2013 is gepubliceerd, te lezen klikt u hier.)

Wat opvalt in het vonnis is het woord pleegadres. Dat is de plek waar het misdrijf heeft plaatsgevonden, dat kon overal zijn, in Turkije, Kentucky, anywhere. Maar had Nederland dan wel het recht om deze man te vervolgen?

5.4 Betreffende de vraag of de Nederlandse rechter al dan niet rechtsmacht heeft met betrekking tot een of meer van de aan verdachte ten laste gelegde feiten merkt het hof het navolgende op:

De rechter schrijft: “Met betrekking tot uitlokking van een strafbaar feit geldt dat (mede) als locus delicti dient te worden beschouwd de plaats alwaar de uitlokkinghandelingen plaatsvonden.”

Dus ja, het OM had volgens de rechter wel degelijk recht om tot vervolging over te gaan want, het coördinatie centrum, van waaruit onze „Europese Pablo Escobar”, zoals hij in de media werd genoemd ,opereerde was het idyllische plaatsje Lieshout in Noord Brabant. Dus was Lieshout mede Locus Delicti ofwel plaats van delict. Tja ook weer opgelost zullen we maar zeggen. Toen de advocaat naar aanleiding van Baybaşins arrestatie in 1995 de rechtmatigheid daarvan betwistte, werd dit genegeerd. We weten nu dat die arrestatie berust op een diplomatiek verzoek van Turkije aan Nederland.

Hoe dan ook, terugkomend op de bewijsvoering met betrekking tot de arrestatie in 1998: wij moeten dan geloven dat deze man Baybaşin, die zich zo bewust was van zijn positie hier in Nederland; op wie jacht werd gemaakt vanuit Turkije als zijnde staatsvijand numero 2; die ook hier moest vrezen voor zijn leven, immers hij overleefde in die periode maar ternauwernood een aanslag; wij moeten dus geloven dat deze man in een periode van vijf maanden in staat was een criminele organisatie op poten te zetten, bemanning te recruteren, opdrachten uit te delen, liquidaties te laten uitvoeren, een handel in Heroine te laten floreren en daarmee een miljoenen omzet te genereren.

Wij, burgers van Nederland moeten geloven, op basis van deze vonissen of arresten, dat wij hier te maken hebben met de opvolger van grootcrimineel Bruinsma der Lage Landen; dat we te maken hebben met een man die stoïcijns zijn grootgruttersbedrijf in de Heroine en aanverwante zaken zoals moord, gijzeling etcetera etcetera, vanuit het centrum van zijn misdaadorganisatie in het idyllische stadje Lieshout, als een zieltje zonder zorg, via de telefoon zijn handel en manschappen bestierde en dat hij daarmee in die periode van vijf maanden miljoenen verdiende. Zoveel dat de Nederlandse staat zich gerechtigd voelde al zijn bezittingen in beslag te nemen. Daarvoor heeft Baybaşin uiteraard een zaak aangespannen, de zoveelste, een zaak die net als alle andere zaken, tergend langzaam verloopt.

En waar kennen we die Bruinsma ook alweer van? O ja de IRT-affaire. Roerige tijden die jaren negentig.