Baybasin en de geheime dienst van Turkije

Als ik zo iets lees dan denk ik meteen aan die theorie ‘Consilience of inductions’, een wetenschapsfilosofisch krachtig bewijs, waar Rein Gerritsen het over had in verband met de zaak Baybasin. Want inderdaad misschien hebben de medewerkers van de Turkse geheime dienst hun huiswerk niet zo goed gedaan: immers met zo’n ‘slordigheid’ mag je vraagtekens zetten bij de rest van dit rapport.

Wat ik er maar mee wil zeggen is dit: Hoe serieus moeten we dat ‘geheime’ Turkse rapport nemen als er dergelijke slordigheden in voorkomen. Dat geeft mij in ieder geval te denken: een rapport dat de bron is geworden van de complottheoretische aanpak van de verdediging. Daarbij aannemend dat het in bovenstaande tweet gaat om het aanvullende rapport dat Baybasin in 2007 in handen is gespeeld. ( Gerritsen doelde op een ander rapport, maar doet niets af van hetgeen ik hierna te vertellen heb) Ik geloof namelijk niet zo in de echtheid van dat aanvullend-rapport en ga uit van de hypothese, immers bewijzen heb ik niet, dat dit rapport met ‘opzet’ in handen is gespeeld van Baybasin, direct na het afslaan van het aanbod tot gratie . Dit was inclusief een financiele compensatie, door vertegenwoordigers van de Turkse staat, eind 2006, onder de voorwaarde dat Baybasin alle aanklachten zou laten vallen. In feite kwam het er op neer dat hij schuld zou bekennen.

En niet minder onbelangrijk: ook zijn inzet voor de Koerdische zaak zou staken, zo vertelde hij tijdens een interview in april 2014 bij Talk2Myra.

Baybasin is met de inhoud van dat ‘aanvullende’ rapport processen gaan voeren, tot en met het slepende Herzieningsverzoek bij de Hoge Raad aan toe.

Dat geheime rapport wordt als volgt geïntroduceerd in de Aangifte-april-2007:

“Inleiding 1. Aan deze aangifte ligt onder meer de navolgende documentatie ten grondslag: d. een in de Turkse taal gesteld “Aanvullend Rapport” van januari 2007 van de Turkse overheid (65 pagina’s), welk rapport een soort uittreksel is van een (nog geheim) zeer uitgebreid rapport (naar verluidt ± 1000 pagina’s tellend) van 10 december 2006. Het uitgebreide rapport beschrijft en analyseert de rol van de Turkse staat, respectievelijk van Turkse overheidsfunctionarissen etc., in de internationale drugssmokkel tot eind jaren ’90.

Het “Aanvullende Rapport” is met name toegespitst op de wijze waarop de Nederlandse strafzaak tegen aangever in elkaar is gezet via een complot tussen Turkse “belanghebbende kringen” en Nederlandse, Duitse en Engelse justitiële en politionele functionarissen. Gezien de in het rapport beschreven wijze van onderzoek, de kennelijk vrije toegang tot (alle bronnen van) Turkse geheime diensten en de kennelijk benutte mogelijkheid om alle relevante Turkse overheidsfunctionarissen te ondervragen, alsmede gezien de “opdracht” aan:

1. het Hoofd van de Generale Staf; 2. de Hoofdcommissaris van politie; 3. de Procureur-Generaal van de Hoge Raad; 4. het Ministerie van Justitie,

om ter zake het nodige te ondernemen, met welke opdracht het rapport besluit, moet worden aangenomen dat dit rapport afkomstig is van het hoogste niveau van de Turkse staat, althans daardoor is geaccordeerd.”

Bij gebreke van fondsen voor de verdediging van aangever ten gevolge van de nog steeds voortdurende beslagen door de Nederlandse overheid op alle bezittingen in Nederland en elders van de familie Baybasin, is het helaas niet mogelijk deze rapportage beëdigd te laten vertalen, zodat de hierna volgende Nederlandse citaten uit het rapport een door aangever met zijn advocaten en derden gemaakte provisorische vertaling betreft.

Aangever verzoekt de Nederlandse Staat het uitgebreide Turkse rapport, waarvan dit “Aanvullend Rapport” als een provisorisch uittreksel kan worden beschouwd, bij de ter zake bevoegde Turkse autoriteiten op te vragen om daarvan een beëdigde vertaling te kunnen laten verzorgen. Daartoe sluit aangever kopie van de kaft, de eerste en de laatste pagina van het “Aanvullend Rapport” ter identificatie bij. Bij deze stand van zaken lijkt het aangever onjuist om de originele Turkse versie van het “Aanvullend rapport” thans over te leggen.

Kortom Baybasin heeft een aanvulling op dit 1000 pagina’s tellende rapport ontvangen (hoe is dat gegaan en van en via wie?)dat betrekking heeft op de wijze waarop zijn arrestatie tot stand is gekomen en waarbij de chantagepositie van Demmink uit de doeken wordt gedaan.

Het originele rapport, van 1000pagina’s, laat zich raden. En ook van de Turkse ‘originele’ versie van het aanvullende rapport, dat uit 65 pagina’s bestaat, krijgt de rechter uitsluitend een provisorische vertaling met een opdracht om bij de Turkse staat, het 1000 pagina’s tellende geheime rapport op te vragen, als het al bestaat, en in het Nederlands te laten vertalen door een beëdigd tolk vertaler.

In wikipedia wordt het als volgt geformuleerd:

“De aangifte was volgens het OM grotendeels gebaseerd op een ‘mysterieus’ aanvullend rapport dat volgens de advocaten van Baybaşin afkomstig was van de Turkse overheid. Volgens het OM konden de advocaten van Baybaşin geen duidelijkheid verschaffen over de authenticiteit van het document en was het onduidelijk wie de opstellers van het rapport waren.”

Persoonlijk vind ik dat de verdediging nogal wat van de rechter vroeg.  Ik redeneer maar eens andersom: een tot levenslang veroordeelde Nederlander in Turkije vraagt daar de rechter om bij Rutte een rapport van de AIVD op te vragen en dit te laten vertalen door een beedigde tolk tbv een door hem aangespannen rechtszaak in Turkije.

En we hebben zelf al zoveel moeite met een WOBje. Als ik dat zo lees dan komt het bij mij zo ongeloofwaardig en onrealistisch over, dat ik vanzelf ga denken, dit aanvullende geheime rapport ook een constructie is geweest om Baybasin op een doodlopende weg te zetten.

Ik schreef in het artikel Baybasin en de Demminkdealers het volgende:

“En dan zijn er de mensen die de deals ter afsluiting voor het publiek in een mooi kader moeten vatten, besef ik naar aanleiding van wat u schrijft over de Lucia de B. zaak. Laten we ze, met advocaat Jan Vlug in mind, de vrijpleiters noemen waarin alle partijen een way out wordt geboden en ieders belang is veilig gesteld, waar fictie en feiten kunstig met elkaar worden vervlochten tbv de geloofwaardigheid naar het publiek.”

Dat gaat even zo goed ook op voor het ‘geheime’ rapport, met daarin de ‘feiten’ mbt Demmink en de verkrachting van de Turkse jongens, de bron voor de complottheorie, de rechtszaken daarna, en de (alternatieve) media-aandacht.

In 2007 schreef de rechter in zijn beschikking het volgende over de aanklacht tegen Demmink:

Ik vind dat realistisch gesteld van deze rechter. Ik kan er werkelijk niets anders van maken.

In 2008, wordt Langendoen, de IRTspecialist bij uitstek, op pad gestuurd om dit rapport op zn merites te beoordelen ter plekke in Turkije. Zijn bevindingen legt hij vast op video en een rapport: RapBaybasinLangendoen

In 2011 komt Baybasin met een volgende aangifte, waarin dit geheime rapport opnieuw zo’n grote rol speelt, aangifte_tegen_demmink_aug2011 kopie .

Het lezen zeer de moeite waard. De pedofiliekwestie is nu meer ingepakt in het totaal. Deze aangifte is opnieuw gedaan om de complottheorie in het Herzieningsverzoek van april 2011 kracht bij te zetten. Maar juist deze pedofilieaantijging, incl. de chantage van Demmink, maakt het opnieuw zwak, immers als ‘t niet bewezen kan worden valt de bodem uit het herzieningsverzoek.

Natuurlijk achteraf is alles gemakkelijk, en zeker van een afstand, maar wat de periode na 2007 en deze uitspraak leert, in ieder geval mij leert, is dat die complottheoretische weg, een doodlopende weg is en is geweest en desastreus voor het bewijzen van de onschuld van Baybasin, mbt de tenlastelegging en de veroordeling daarna.

Om zijn onschuld aan te tonen probeert Baybasin, in samenwerking met zijn advocaat en toegejuicht door de vriendenkring, het complot te bewijzen. Dat betekent praktisch niet alleen het bewijzen van de verkrachtingen, maar ook nog eens het bewijzen van de chantage van Nederland door Turkije ivm Demminks vermeende pedocriminaliteit, want het gaat uiteraard om die combinatie.

We zijn nu 8 jaar verder en in 2015. De conclusie van Aben, tbv besluitvorming van de Hoge Raad in zijn Herzieningszaak, is opnieuw doorgeschoven naar februari 2016. Het is daarom dat ik wellicht voor sommigen tot vervelens toe er op hamer terug te gaan naar de basics en dat is de tenlastelegging.

L.D.Broersma

 

Baybaşin: zijn veroordeling een povere constructie

Begin 2007 begon ik een blog bij de Volkskrant als tijdverdrijf.  Daar kwam na een tijdje een blogger bij uit Cambodja. Hij runde een schooltje en mocht als enige zijn blog gebruiken om donaties te genereren. Velen deden dat trouw, waaronder ik. Toen kwam er in 2010 een kink in de kabel, de man werd gearresteerd in verband met pedofiele activiteiten, veroordeeld, gestraft en in 2011 het land uitgezet.

Via een reactie kwam ik terecht op de website van Micha Kat, van Revolutionaironline, die indertijd in die contreien woonde, er een artikel over schreef op zijn toenmalige website Klokkenluideronline, en daarin  onthullingen aankondigde. Ik heb er nooit meer iets van gezien op zijn website. Wel voor het eerst over Demmink en zo kom je van hier naar daar en uiteindelijk bij boublog, waar ik las over Baybaşin. En door een oproep daartoe, eind 2011, begon ik met ansichtkaarten te sturen aan Baybasin, dan heeft hij iets om wekelijks naar uit te kijken, dacht ik.

Eerlijk gezegd dacht ik ook dat het van tijdelijke aard zou zijn, ter overbrugging tot de uitspraak van de Hoge Raad zou komen op 3 juni 2012. Bovendien werd het verhaal van zijn onschuld zo overtuigend door Boudine Berkenbosch van Boublog gebracht, ik wilde gewoon wel aannemen dat het allemaal op een grote vergissing berustte, immers dat was al een paar keer daarvoor gebeurd, denkend aan de Puttense zaak en Lucia de B.

Intussen begon ik me meer in te lezen in de zaak Baybaşin. Krijg ik me daar een Engels artikel onder ogen, ik schrok me dood, Pablo Escobar was er niks bij, Mexicaanse toestanden, een hele misdadige clan die al schietend en moordend door Londen trok.  Ik dacht, mijn hemel waar ben ik nu weer ingestapt; ik zit hier als een nette mevrouw uit de provincie een beetje postkaarten te sturen en verhaaltjes te schrijven aan een grote crimineel, en dan heb ik hem ook nog eens beloofd dat ik dat elke week tot zn vrijlating ( dacht dus tot juni 2012) zou doen.

Echt mensen ik dacht: Hoe kom ik hier in godsnaam weer van af? Je bent net met pensioen en je wilt leuke dingen doen en dan stort je je weer in zoiets! Weet je wat, dacht ik bij mezelf, ik schrijf die Corstens een brief:

 

Ik dacht qua inhoud snijdt dat mes aan twee kanten. Jaja ik ben heel erg en niets menselijks is mij vreemd. Beetje ma flodderbrief is het wel geworden en dat ook een beetje met opzet om aandacht te genereren. Dat had effect want per omgaande kreeg ik een keurig antwoord van hem via zijn griffier:

 

Op moment had ik werkelijk geen enkele reden om te twijfelen aan de oprechtheid van deze brief. ‘Gelet op de complexiteit van de zaak’ stond er in. ‘Niet de tijd maar zorgvuldigheid is het uitgangspunt van een zaak bij de Hoge Raad.’

Dat maakte indruk, dat zijn woorden die ik vanuit mijn professie begrijp en fascinerend vind, dus ik  ging vanaf dat moment me serieuzer verdiepen in de zaak Baybaşin. Mijn kleine paniekmoment was ik al lang te boven gekomen, en ik bleef gewoon wekelijks mijn kaartje sturen, natuurlijk! Ik dacht, al is hij wellicht toch een zware crimineel, het is niet verkeerd om dat voor die man te doen, je hebt het hem beloofd, hij heeft er niet om gevraagd, klaar, niet meer over zeuren! Je kan en mag dat niet meer stoppen. Nee niet met deze man. Zo had ik al besloten.

De kalmte was al heel snel terug gekeerd, maar ik had inmiddels die brief wel geschreven.  Het antwoord is nu bepaald interessant te noemen omdat hij daarin al zo nadrukkelijk het tijdsaspect noemde, bizar omdat de Hoge Raad toen nog steeds gebonden was aan een tijdslimiet. Wel was de wet voorziening ten voordele in de maak. Een wet waar dus het tijdsaspect uit werd weggelaten, en met opzet is mijn overtuiging.

Hoe dan ook, toen ik zo het e.e.a. las o.a.  het arrest van Davids, waarin Baybaşin in 2004 in cassatie bevestigd kreeg, dat hij ‘terecht’ levenslang had gekregen in 2002, toen wist ik gewoon: Deze man is veroordeeld op een povere constructie. Zo noemde ik zijn veroordeling.

op 13 mei 2013 schreef in een commentaar bij de roestige spijker:

De Hoge Raad met al die deftige hooggeleerde heren weten zich geen raad, want de zaak is geen zaak. De zaak is een povere constructie, en Baybasin de prijs die de overheid moest betalen voor het veilig stellen van het belang van een bestuurselite.

Nu, bijna twee jaar na dit commentaar, ben ik er zelfs nog meer van overtuigd geraakt. Wat het belang is daar moeten we nog steeds naar raden. Zijn het die pedofiele gedragen van Demmink of zijn het economische belangen, zijn het verplichtingen in NATO verband, is het de drugshandel of simpelweg prestige, of simpelweg het niet willen toegeven heel erg fout te hebben gehandeld? Of is het een combinatie van al deze aspecten. Saillant detail is wel dat Corstens toestemming had gegeven indertijd om Baybasin uit te leveren. Een beslissing die later door een rechter werd herroepen.

Het is een grote en inderdaad zeer complexe zaak (geworden). Dat is voor mij duidelijk. Echter, de veroordeling van Baybaşin is en blijft een povere constructie.

Baybasin en zijn dubbelloops jachtgeweer

Zo las ik in een tweet van voormalig raadsheer Wicher Wedzinga:

Binnenkort op mijn site: Het dubbelloops jachtgeweer van Baybasin. Ten onrechte tot levenslang veroordeeld dmv duivelse politieke intriges?

dinsdag 25 november 2014 gaf ik daarop het volgende commentaar bij de roestige spijker: Verder lezen Baybasin en zijn dubbelloops jachtgeweer

Baybaşin: Opvolger Grootcrimineel Bruinsma der Lage Landen

Als we de vonnissen en arresten mogen geloven.

Ik moet toegeven dat ik de Roestige Spijker een beetje heb gebruikt als mijn externe geheugen. Daar put ik zo nu en dan uit. Zo ook mijn commentaar op het boek Verknipt Bewijs van Ton Derksen. Ik schrijf op maandag 26 mei 2014 om 14:33 het volgende:

Dan mijn tweede puntje van kritiek, meneer Derksen, die geef ik dan toch ook maar direct. U beweert het volgende:

„De rechter is slecht geëquipeerd om bedrog te ontdekken. Om tot zijn oordeel te komen gaat hij uit en moet hij uit kunnen gaan van de ambtseed van politiemensen, de onkreukbaarheid van OM-ers en de integriteit van het dossier. Een betrouwbare politie, een betrouwbaar OM en daarmee een zo betrouwbaar mogelijk dossier zijn het fundament van zijn oordelen. Als hij daar niet vanuit kan gaan, valt de bodem uit het rechtssysteem.”

Als u stelt dat de rechters slecht geëquipeerd zijn om het bedrog te ontdekken dan geeft u hen niet alleen een generaal pardon, maar u geeft hen daarmee tegelijkertijd een brevet van onvermogen en zet hen in een volkomen afhankelijke positie t.o.v. het OM, de politiemensen en onderzoeksinstituten als het NFI.

U schetst met deze stelling de omgekeerde wereld, waarbij de rechters ondergeschikt zijn aan -en niet meer dan marionetten van het OM. Een soort van veredeld secretariaat. Toch is het de rechter die zijn oordeel geeft en zijn handtekening zet. Hij of zij is hoe dan ook verantwoordelijk voor de veroordeling.

Tot zover mijn commentaar: laten we nu eens kijken waar de rechters hun oordeel met behulp van OM, politie, en NFI ‚formeel’ op hebben gebaseerd.

Eerst enkele gebeurtenissen in de tijd:

24-12-1995 tot 24-12-1996

De uitleveringsdetentie. Nederland probeert Baybaşin uit te leveren aan Turkije, dit mislukt.

25-12-1996 tot september 1997

Huisarrest in Nederland. Hij staat onder toezicht van veiligheidsdiensten en politie. Wanneer zijn uitlevering aan Turkije, n.a.v een door Baybaşin aangespannen kort geding, definitief wordt verboden is vrij om te gaan en te staan.

van september 1997 – 28 maart 1998 kan hij zich vrij bewegen in Nederland. In deze periode wordt een aanslag op hem gepleegd. Ondertussen wordt Baybaşins telefoon, zo wil het OM ons doen geloven, vijf maanden lang afgeluisterd. Er zijn volgens justitie 6000 telefoongesprekken getapt, gemiddeld 40 gesprekken per dag.

Hij wordt 28 maart 1998 opgepakt voor gepleegde delicten gedurende die vijf maanden dat hij vrij man was.

Zijn voorarrest wordt op 29 februari 2001 omgezet in een gevangenisstraf van 20 jaar en een jaar later

Op 30 juli 2002 wordt Baybasin in hoger beroep tot levenslang veroordeeld. Cassatie wordt afgewezen per Oktober 2003 . De commissie Buruma, waar advocaat Wladimiroff deel van uitmaakte, is ook niet onder de indruk en laat hem zitten op 1 februari 2011.

Toch start Baybasin direct daarna op 1 april 2011 een Herzieningsverzoek dat tot op heden in onderzoek is bij Advocaat generaal Aben van de Hoge Raad.

De periode waarbinnen het OM de strafbare feiten heeft geconstateerd ligt tussen september 1997 tot februari 1998. Welgeteld vijf maanden dus.

Een paar citaten uit het vonnis in Hoger Beroep. U hoeft het niet nauwkeurig te lezen, dat is bijna geen doen. Het bevestigt de periode en de criminele organisatie waar Baybasin leiding aan gaf:

hij in in of omstreeks de periode van 28 oktober tot en met 9 november 1997 te [pleegpplaats], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd;
9 november 1997 te [pleegplaats] opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of geweld en/of bedreiging en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, te weten etc etc

van 27 november 1997 tot en met 30 november 1997 te [pleegplaats], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk [slachtoffer 3] (alias [alias 1]) in een pand (woning) wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd heeft/hebben gehouden door die [slachtoffer 3] in dat pand (die woning) vast te houden en/of te verhinderen dat die [slachtoffer 3] dat pand/die woning kon verlaten, met het oogmerk één of meer anderen (familieleden en/of bekenden van die [slachtoffer 3]) te dwingen tot betaling van een openstaande (heroïne)schuld, welk feit hij, verdachte in of omstreeks de periode van 22 november 1997 tot en met 27 november 1997 te [pleegplaats], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of door misbruik van gezag en/of geweld en/of bedreiging en/of door gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen te verschaffen, hebbende hij verdachte

hij in of omstreeks de periode van 9 november 1997 tot en met 9 januari 1998 te [pleegplaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit als bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet , te weten het opzettelijk bereiden en /of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van ongeveer 23 kilogram, althans ongeveer 20 kilogram heroïne, in ieder geval een hoeveelheid van een stof bevattende heroïne (diacetylmorfine), zijnde heroïne (diacetylmorfine) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I (niet zijnde een hoeveelheid van 20 kg heroïne bestemd voor [betrokkene 4], althans voor een ander dan hem, verdachte), voor te bereiden en/of te bevorderen één of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat feit/die feiten te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daar behulpzaam bij te zijn en/of om zich en/of (een) ander(en) daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of gelden voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans ernstige redenen had(den) om te vermoeden dat die bestemd was/waren voor het plegen van dat feit, hebbende hij, verdachte, en/of één of meer van zijn mededader(s) (telkens) opzettelijk met betrekking tot die heroïne gelden (ter financiering van de aankoop en/of het transport van die heroïne), ter beschikking gesteld en/of ter beschikking laten stellen (aan met name [betrokkene 2]) en/of instructies verstrekt aan één of meer (zich in Turkije bevindende) personen (met name aan [betrokkene 2] en/of ene [betrokkene 6] en/of ene [betrokkene 7]) en/of contacten gelegd en/of onderhouden met (tussenpersonen van) één of meer koerier(s) en/of contacten gelegd en/of onderhouden met (tussenpersonen van) één of meer leveranciers, één en ander om tot overdracht
en/of het binnen het grondgebied van Nederland brengen van die heroïne te komen;

hij in of omstreeks de periode van [periode] 1998 te [pleegplaats] door misbruik van gezag en/of door het verschaffen van inlichtingen heeft gepoogd een ander, te weten [medeverdachte], te bewegen een misdrijf te begaan, te weten het tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen opzettelijk en met voorbedachten rade een of meer anderen, te weten [slachtoffer 4] en/of [slachtof[slachtoffer 5] van het leven beroven, hierin bestaande dat verdachte

etc. etc etc.

(Om het hele arrest, dat pas begin 2013 is gepubliceerd, te lezen klikt u hier.)

Wat opvalt in het vonnis is het woord pleegadres. Dat is de plek waar het misdrijf heeft plaatsgevonden, dat kon overal zijn, in Turkije, Kentucky, anywhere. Maar had Nederland dan wel het recht om deze man te vervolgen?

5.4 Betreffende de vraag of de Nederlandse rechter al dan niet rechtsmacht heeft met betrekking tot een of meer van de aan verdachte ten laste gelegde feiten merkt het hof het navolgende op:

De rechter schrijft: “Met betrekking tot uitlokking van een strafbaar feit geldt dat (mede) als locus delicti dient te worden beschouwd de plaats alwaar de uitlokkinghandelingen plaatsvonden.”

Dus ja, het OM had volgens de rechter wel degelijk recht om tot vervolging over te gaan want, het coördinatie centrum, van waaruit onze „Europese Pablo Escobar”, zoals hij in de media werd genoemd ,opereerde was het idyllische plaatsje Lieshout in Noord Brabant. Dus was Lieshout mede Locus Delicti ofwel plaats van delict. Tja ook weer opgelost zullen we maar zeggen. Toen de advocaat naar aanleiding van Baybaşins arrestatie in 1995 de rechtmatigheid daarvan betwistte, werd dit genegeerd. We weten nu dat die arrestatie berust op een diplomatiek verzoek van Turkije aan Nederland.

Hoe dan ook, terugkomend op de bewijsvoering met betrekking tot de arrestatie in 1998: wij moeten dan geloven dat deze man Baybaşin, die zich zo bewust was van zijn positie hier in Nederland; op wie jacht werd gemaakt vanuit Turkije als zijnde staatsvijand numero 2; die ook hier moest vrezen voor zijn leven, immers hij overleefde in die periode maar ternauwernood een aanslag; wij moeten dus geloven dat deze man in een periode van vijf maanden in staat was een criminele organisatie op poten te zetten, bemanning te recruteren, opdrachten uit te delen, liquidaties te laten uitvoeren, een handel in Heroine te laten floreren en daarmee een miljoenen omzet te genereren.

Wij, burgers van Nederland moeten geloven, op basis van deze vonissen of arresten, dat wij hier te maken hebben met de opvolger van grootcrimineel Bruinsma der Lage Landen; dat we te maken hebben met een man die stoïcijns zijn grootgruttersbedrijf in de Heroine en aanverwante zaken zoals moord, gijzeling etcetera etcetera, vanuit het centrum van zijn misdaadorganisatie in het idyllische stadje Lieshout, als een zieltje zonder zorg, via de telefoon zijn handel en manschappen bestierde en dat hij daarmee in die periode van vijf maanden miljoenen verdiende. Zoveel dat de Nederlandse staat zich gerechtigd voelde al zijn bezittingen in beslag te nemen. Daarvoor heeft Baybaşin uiteraard een zaak aangespannen, de zoveelste, een zaak die net als alle andere zaken, tergend langzaam verloopt.

En waar kennen we die Bruinsma ook alweer van? O ja de IRT-affaire. Roerige tijden die jaren negentig.

Baybasin: politiek gevangen in Nederland

Baybaşin zelf zegt het! En dit is het verhaal over Baybaşin. Binnenkort verschijnt een nieuw boek van Rein Gerritsen over deze kwestie:

“In 1989 doet de Koerdische zakenman Huseyin Baybasin een boekje open over de nauwe samenwerking tussen de Turkse regering, het leger, de douane en de georganiseerde misdaad. Jaarlijks wordt er voor vijftig miljard dollar aan heroïne via de Balkan-route gesmokkeld naar Europa, met Nederland als belangrijkste doorvoerhaven. Nog tijdens de persconferentie wordt Baybasin gearresteerd. Als hij vrij komt, vlucht hij naar Groot-Brittannië, van waaruit hij, op 12 april 1995 te Den Haag, het Koerdische parlement in ballingschap opricht. De Koerdische vrijheidsstrijd brengt zowel de Nederlandse als de Turkse overheid in verlegenheid. De toetreding van Turkije tot de Europese Unie staat op het spel.

De beide landen besluiten al in 1989 Baybasins telefoon te tappen. De taps blijken zo belastend dat Baybasin levenslang krijgt wegens moord en drugshandel. Maar de taps blijken later vervalst, wat leidt tot een herzieningsaanvraag in de zaak Baybasin.

Is Baybasin een politieke gevangene? Filosoof Rein Gerritsen spitte de zaak uit. Het resultaat is een meeslepend verslag waarin Turkse en Nederlandse veiligheidsdiensten, politie, ministers, en topambtenaar Joris Demmink in het bijzonder, een dubieuze rol spelen. Spannend, smerig en helaas waar; het levensverhaal van de Turkse Koerd Huseyin Baybasin.”

ISVW-uitgevers, € 19,95 | 160 blz. | paperback | 14,5 × 21 cm | ISBN: | NUR:
730 | A-boek | april 2015

Toch eens een vraag gesteld aan Rein Gerritsen op twitter

De dialoog die daarop volgde:

Rein Gerritsen : B’s arrestatie en gevangenschap hebben niets van doen met bewijzen pro of contra, maar alles met politiek handjeklap.

Rein Gerritsen: Dus of mijn boek B uit gevangenschap helpt? Wel als de politiek van mening is dat we het IRT-debat over moeten doen. ldbroersma: Welnu met de huidige ontwikkelingen en onthullingen rond Teeven is dat wellicht een gouden moment!

Rein Gerritsen: Ik denk niet dat ik na de verschijning van het boek nog ergens welkom ben, maar ja. Noblesse oblige. ldbroersma: Maakt het wat uit als ik je zeg dat je bij mij altijd welkom bent?

Rein Gerritsen: Moet wachten met publicatie tot na Abens definitieve uitspraak in herziening.

ldbroersma: Je hebt geen vertrouwen in de herziening en toch moet je wachten? Van wie moet je dat?

Rein Gerritsen: Heeft te maken met documenten die dan pas vrijgegeven mogen worden.

ldbroersma: Dan vrees ik dat je lang kan wachten met je publicatie. Wat een slimmeriken! Iene miene mutte, Aben is aan zet. ldbroersma ‏:Dus je hebt de documenten bij Aben ingeleverd en toen stelde hij die voorwaarde, anders zou het niet meetellen in de herziening?

Rein Gerritsen: Nee, nee. Het gaat om justitiële documentatie. ldbroersma: ok, zit dat zo, dus jij wacht op het vrijkomen daarvan en daarna kun jij verder met je boek. Je hebt de inhoud ter inzage gehad.

ldbroersma: Maar hoe zit dat dan met de documenten die jijzelf hebt? Of zijn die niet van belang voor Baybasins herzieningsverzoek?

Rein Gerritsen: ‏ Nee, Tons boek is van belang voor herziening, het mijne niet. Ik beschrijf geen casus maar een probleem, groot probleem. ldbroersma: Een probleem dat samenhangt met de IRT affaire: drugs, moord, intriges, grote sommen geld op het hoogste niveau.

ldbroersma: Abens doel is de reputatie van de staat te beschermen Hij zal dan niet blij zijn met de komst van je boek! Betekent? ldbroersma: Betekent een reden meer om de eindconclusie mbt het herzieningsverzoek van Baybasin uit te stellen. Zoek een manier!  Dat laatste wat kort door de bocht, maar twitter heeft zo zijn beperkingen. Ik bedoelde te zeggen: zoek een manier om daarvan los te komen.

Hieronder het interview dat Talk2Myra vervolgens  in april 2015 had met Rein Gerritsen over dit boek:

Gelukkig heeft Rein Gerritsen kans gezien toch eerder, dan de uitspraak in het herzieningsverzoek van Baybasin, tot publicatie over te gaan:

Als nieuwe publicatiedatum wordt 10-10-2015 bij de diverse webwinkels genoemd. Ben een beetje voorzichtig, want de datum is keer op keer verschoven. Maar voorlopig ga ik er van uit dat we het boek op of omstreeks die datum tegemoet kunnen zien. Wel met blijkbaar een andere titel