Baybasin en de geheime dienst van Turkije

Als ik zo iets lees dan denk ik meteen aan die theorie ‘Consilience of inductions’, een wetenschapsfilosofisch krachtig bewijs, waar Rein Gerritsen het over had in verband met de zaak Baybasin. Want inderdaad misschien hebben de medewerkers van de Turkse geheime dienst hun huiswerk niet zo goed gedaan: immers met zo’n ‘slordigheid’ mag je vraagtekens zetten bij de rest van dit rapport.

Wat ik er maar mee wil zeggen is dit: Hoe serieus moeten we dat ‘geheime’ Turkse rapport nemen als er dergelijke slordigheden in voorkomen. Dat geeft mij in ieder geval te denken: een rapport dat de bron is geworden van de complottheoretische aanpak van de verdediging. Daarbij aannemend dat het in bovenstaande tweet gaat om het aanvullende rapport dat Baybasin in 2007 in handen is gespeeld. ( Gerritsen doelde op een ander rapport, maar doet niets af van hetgeen ik hierna te vertellen heb) Ik geloof namelijk niet zo in de echtheid van dat aanvullend-rapport en ga uit van de hypothese, immers bewijzen heb ik niet, dat dit rapport met ‘opzet’ in handen is gespeeld van Baybasin, direct na het afslaan van het aanbod tot gratie . Dit was inclusief een financiele compensatie, door vertegenwoordigers van de Turkse staat, eind 2006, onder de voorwaarde dat Baybasin alle aanklachten zou laten vallen. In feite kwam het er op neer dat hij schuld zou bekennen.

En niet minder onbelangrijk: ook zijn inzet voor de Koerdische zaak zou staken, zo vertelde hij tijdens een interview in april 2014 bij Talk2Myra.

Baybasin is met de inhoud van dat ‘aanvullende’ rapport processen gaan voeren, tot en met het slepende Herzieningsverzoek bij de Hoge Raad aan toe.

Dat geheime rapport wordt als volgt geïntroduceerd in de Aangifte-april-2007:

“Inleiding 1. Aan deze aangifte ligt onder meer de navolgende documentatie ten grondslag: d. een in de Turkse taal gesteld “Aanvullend Rapport” van januari 2007 van de Turkse overheid (65 pagina’s), welk rapport een soort uittreksel is van een (nog geheim) zeer uitgebreid rapport (naar verluidt ± 1000 pagina’s tellend) van 10 december 2006. Het uitgebreide rapport beschrijft en analyseert de rol van de Turkse staat, respectievelijk van Turkse overheidsfunctionarissen etc., in de internationale drugssmokkel tot eind jaren ’90.

Het “Aanvullende Rapport” is met name toegespitst op de wijze waarop de Nederlandse strafzaak tegen aangever in elkaar is gezet via een complot tussen Turkse “belanghebbende kringen” en Nederlandse, Duitse en Engelse justitiële en politionele functionarissen. Gezien de in het rapport beschreven wijze van onderzoek, de kennelijk vrije toegang tot (alle bronnen van) Turkse geheime diensten en de kennelijk benutte mogelijkheid om alle relevante Turkse overheidsfunctionarissen te ondervragen, alsmede gezien de “opdracht” aan:

1. het Hoofd van de Generale Staf; 2. de Hoofdcommissaris van politie; 3. de Procureur-Generaal van de Hoge Raad; 4. het Ministerie van Justitie,

om ter zake het nodige te ondernemen, met welke opdracht het rapport besluit, moet worden aangenomen dat dit rapport afkomstig is van het hoogste niveau van de Turkse staat, althans daardoor is geaccordeerd.”

Bij gebreke van fondsen voor de verdediging van aangever ten gevolge van de nog steeds voortdurende beslagen door de Nederlandse overheid op alle bezittingen in Nederland en elders van de familie Baybasin, is het helaas niet mogelijk deze rapportage beëdigd te laten vertalen, zodat de hierna volgende Nederlandse citaten uit het rapport een door aangever met zijn advocaten en derden gemaakte provisorische vertaling betreft.

Aangever verzoekt de Nederlandse Staat het uitgebreide Turkse rapport, waarvan dit “Aanvullend Rapport” als een provisorisch uittreksel kan worden beschouwd, bij de ter zake bevoegde Turkse autoriteiten op te vragen om daarvan een beëdigde vertaling te kunnen laten verzorgen. Daartoe sluit aangever kopie van de kaft, de eerste en de laatste pagina van het “Aanvullend Rapport” ter identificatie bij. Bij deze stand van zaken lijkt het aangever onjuist om de originele Turkse versie van het “Aanvullend rapport” thans over te leggen.

Kortom Baybasin heeft een aanvulling op dit 1000 pagina’s tellende rapport ontvangen (hoe is dat gegaan en van en via wie?)dat betrekking heeft op de wijze waarop zijn arrestatie tot stand is gekomen en waarbij de chantagepositie van Demmink uit de doeken wordt gedaan.

Het originele rapport, van 1000pagina’s, laat zich raden. En ook van de Turkse ‘originele’ versie van het aanvullende rapport, dat uit 65 pagina’s bestaat, krijgt de rechter uitsluitend een provisorische vertaling met een opdracht om bij de Turkse staat, het 1000 pagina’s tellende geheime rapport op te vragen, als het al bestaat, en in het Nederlands te laten vertalen door een beëdigd tolk vertaler.

In wikipedia wordt het als volgt geformuleerd:

“De aangifte was volgens het OM grotendeels gebaseerd op een ‘mysterieus’ aanvullend rapport dat volgens de advocaten van Baybaşin afkomstig was van de Turkse overheid. Volgens het OM konden de advocaten van Baybaşin geen duidelijkheid verschaffen over de authenticiteit van het document en was het onduidelijk wie de opstellers van het rapport waren.”

Persoonlijk vind ik dat de verdediging nogal wat van de rechter vroeg.  Ik redeneer maar eens andersom: een tot levenslang veroordeelde Nederlander in Turkije vraagt daar de rechter om bij Rutte een rapport van de AIVD op te vragen en dit te laten vertalen door een beedigde tolk tbv een door hem aangespannen rechtszaak in Turkije.

En we hebben zelf al zoveel moeite met een WOBje. Als ik dat zo lees dan komt het bij mij zo ongeloofwaardig en onrealistisch over, dat ik vanzelf ga denken, dit aanvullende geheime rapport ook een constructie is geweest om Baybasin op een doodlopende weg te zetten.

Ik schreef in het artikel Baybasin en de Demminkdealers het volgende:

“En dan zijn er de mensen die de deals ter afsluiting voor het publiek in een mooi kader moeten vatten, besef ik naar aanleiding van wat u schrijft over de Lucia de B. zaak. Laten we ze, met advocaat Jan Vlug in mind, de vrijpleiters noemen waarin alle partijen een way out wordt geboden en ieders belang is veilig gesteld, waar fictie en feiten kunstig met elkaar worden vervlochten tbv de geloofwaardigheid naar het publiek.”

Dat gaat even zo goed ook op voor het ‘geheime’ rapport, met daarin de ‘feiten’ mbt Demmink en de verkrachting van de Turkse jongens, de bron voor de complottheorie, de rechtszaken daarna, en de (alternatieve) media-aandacht.

In 2007 schreef de rechter in zijn beschikking het volgende over de aanklacht tegen Demmink:

Ik vind dat realistisch gesteld van deze rechter. Ik kan er werkelijk niets anders van maken.

In 2008, wordt Langendoen, de IRTspecialist bij uitstek, op pad gestuurd om dit rapport op zn merites te beoordelen ter plekke in Turkije. Zijn bevindingen legt hij vast op video en een rapport: RapBaybasinLangendoen

In 2011 komt Baybasin met een volgende aangifte, waarin dit geheime rapport opnieuw zo’n grote rol speelt, aangifte_tegen_demmink_aug2011 kopie .

Het lezen zeer de moeite waard. De pedofiliekwestie is nu meer ingepakt in het totaal. Deze aangifte is opnieuw gedaan om de complottheorie in het Herzieningsverzoek van april 2011 kracht bij te zetten. Maar juist deze pedofilieaantijging, incl. de chantage van Demmink, maakt het opnieuw zwak, immers als ‘t niet bewezen kan worden valt de bodem uit het herzieningsverzoek.

Natuurlijk achteraf is alles gemakkelijk, en zeker van een afstand, maar wat de periode na 2007 en deze uitspraak leert, in ieder geval mij leert, is dat die complottheoretische weg, een doodlopende weg is en is geweest en desastreus voor het bewijzen van de onschuld van Baybasin, mbt de tenlastelegging en de veroordeling daarna.

Om zijn onschuld aan te tonen probeert Baybasin, in samenwerking met zijn advocaat en toegejuicht door de vriendenkring, het complot te bewijzen. Dat betekent praktisch niet alleen het bewijzen van de verkrachtingen, maar ook nog eens het bewijzen van de chantage van Nederland door Turkije ivm Demminks vermeende pedocriminaliteit, want het gaat uiteraard om die combinatie.

We zijn nu 8 jaar verder en in 2015. De conclusie van Aben, tbv besluitvorming van de Hoge Raad in zijn Herzieningszaak, is opnieuw doorgeschoven naar februari 2016. Het is daarom dat ik wellicht voor sommigen tot vervelens toe er op hamer terug te gaan naar de basics en dat is de tenlastelegging.

L.D.Broersma

 

Baybaşin: on the right track again!

Weliswaar zit ik Rein Gerritsen af en toe op zn huid maar hij spreekt wijze woorden als hij zegt dat het gaat om de beeldvorming rond Baybaşin en in het verlengde daarvan zijn geloofwaardigheid.

Baybaşin antwoordde direct en zonder omhaal op vragen, tijdens een documentaire op tv, met:

1. Ik heb nooit gehandeld in drugs!
2. Ik heb nooit opdracht gegeven tot moord!

Sibel Edmonds ondersteunt hem daarin en zegt tijdens een interview met James Corbett het volgende daarover:

“4:10 So, let me make that clear. And it’s not because I’m a big fan of them. [laughs] It’s just that in this… they were engaged in a lot of illegal activities, criminal activities; but narcotics was not one of those, at least within the sphere of my involvement: direct, first-hand information in the FBI.”

Kort samengevat:”Ze hebben van alles gedaan, maar narcotica zat daar niet bij”.

Laten we dat voor waar aannemen en dan opnieuw kijken naar de procesgang en ontwikkelingen. Alles wat het OM heeft gedaan is gericht geweest op beeldvorming en het ondergraven van zijn geloofwaardigheid. De eindconclusie van Aben, dat basis vormde voor het besluit tot nader onderzoek in het herzieningsverzoek, is een voortzetting daarvan.

De beeldvorming met behulp van de media is altijd gericht geweest op Baybaşin als zware drugscrimineel en/of als de man die de jacht op Demmink initieerde. Eerder schreef  ik dat het  goed mogelijk is geweest dat hij informatie heeft toegespeeld gekregen die hem bewust op dat spoor heeft gezet. Hij heeft gehapt door aangifte wegens pedofilie te doen in 2007. Toen was het te laat, want toen ging menigeen er mee aan de haal. De complotgekte barstte los. Hij kon zich er daarna helaas niet meer van losweken.

Maar stel je voor dat het een opzetje was om hem af te leiden van het bewijzen van zijn onschuld, waarvan de mogelijkheden veel dichterbij lagen. Die truuk heb ik vaker gezien. Eerst speel je het slachtoffer informatie toe waarvan jezelf weet dat het nooit echt bewezen kan worden, en als het slachtoffer daarmee zijn verdediging inzet, kun je dus als aanklager en als advocaat generaal met alle gemak dat telkens weerleggen. En dat is wat met hem is gebeurd tot nu toe, althans dat is wat ik denk. Wellicht is het door die ontstane complotgekte na 2007 volledig uit de hand gelopen en niet voorzien door justitie dat er meerdere kapers op de kust waren om er een slaatje uit te slaan.

Daarom zet ik ook vraagtekens, al veel langer, bij de bemoeienis van Langendoen. Want waarom ging hij zo sterk zitten op de pedofilie van Demmink en de chantage en niet op het ontkrachten van de beschuldiging dat Baybaşin handelde in drugs? Als geen ander moet hij in staat zijn geweest om juist dat te onderzoeken en te ontkrachten. Maar hij heeft het niet gedaan. Rein Gerritsen is er wel mee aan de slag gegaan. En nu dan het interview van Talk2Myra met hem over het hoofdstuk in het boek  De maffia van Turkije van Frank Bovenkerk en Y. Yesilgoz

De inzichten van Rein Gerritsen werpen daarmee een ander licht op het ontstaan van dat hoofdstuk en wat het heeft veroorzaakt qua beeldvorming zowel nationaal als internationaal. Baybaşin en niet te vergeten zijn familie zijn daarin definitief als groot drugscrimineel netwerk geportretteerd. Nodig om hem in 2002 te veroordelen tot een levenslange gevangenisstraf.

Waarom ik dit interview zo goed vind? Baybaşin staat weer centraal. Hiermee kan hij weer werken aan zijn ‘alibi’ . Back to basics: Hij moet bewijzen dat hij het niet kan zijn en niet kan hebben gedaan. Met hulp van anderen, zeker zijn advocaten en zo mogelijk door het bewijzen dat zijn belagers hebben gelogen. Dicht bij hemzelf, dan staat hij in zijn kracht. Wat dat betreft kijk ik uit naar het boek van Rein Gerritsen. Waarschijnlijk is het belangrijker dan hij nu veronderstelt. Maar het moet niet te lang meer duren. Hoe dan ook daarmee en met het onderzoek van Ton Derksen is Baybaşin weer on the right track.

Baybasin en het complot

Vooruit dan maar, het moet er dan toch eens van komen, het complot.

Zoals eerder gezegd, ik ben niet zo gek van dat woord complot, het is simpelweg te hoog gegrepen en daarmee ongrijpbaar. Dat heeft de hele procesgang van Baybaşin wel bewezen. Voorlopig zit hij nog steeds gevangen.

Ik heb de aangifte ,die de advocaat namens Baybasin heeft gedaan, bekeken en daar word ik niet vrolijk van.

“Sedert het arrest van het hof zijn uit diverse Turkse bronnen nieuwe feiten naar voren gekomen over de achtergronden van deze indertijd tegen klager geïnitieerde strafvervolging. Tezamen en in onderlinge samenhang bezien leiden zij tot de on ontkoombare conclusie dat aan klagers arrestatie en veroordeling een samenspan ning ten grondslag ligt vanaf hoog politiek niveau.”

Zijn klacht  van 30 mei 2008, die zich centreert rond de samenspanning op hoog politiek niveau ofwel  ‘het complot”, geeft een hoop informatie maar staat te ver af van  de zaak, waarvoor hij veroordeeld is, namelijk de opdracht tot moord op basis van tapverslagen en een enkele verklaring van een getuige over heroinehandel.

Als rechter zou ik met die aangiftes ook niks kunnen, al zou ik het willen. Ook voor de rechter is het complot te hoog gegrepen ofwel te abstract, blijkt ook wel uit het oordeel.

Zijn veroordelingen eerder zijn m.i. zondermeer geconstrueerde producten en bij het lezen van de vonnissen heb ik gedacht, how low can you go. Maar met de aangiftes van pedofilie tegen Demmink, en de daaruit volgende ‘chantage’ door de Turkse overheid, is zijn situatie in feite steeds uitzichtlozer geworden.

Nu ben ik me er echt wel van bewust dat achteraf en van een afstand het gemakkelijker is om dat te constateren. Dat ik dit constateer is wellicht een inconvenient truth, zeker voor zijn advocaat, maar een feit is dat Baybaşin wordt opgevoerd als the good guy tegen the bad guy Demmink. Het is voortdurend de combinatie Demmink/Baybaşin en wel in die volgorde. Zo wordt het in de rechtszaal en publiekelijk voorgesteld. Dat is heel erg jammer voor Baybaşin, want alleen in cowboyfilms wint de good guy het van de bad guy. En er is echt geen eer te behalen om opgevoerd te worden als het ultieme slachtoffer, ook niet op Goede Vrijdag. Ik ga dat vandaag dan ook niet doen.

Ik begrijp dat Baybaşin er niet over peinst om via de achterdeur te vertrekken, zoals hem dat inmiddels tweemaal is aangeboden. Bovendien zal een dergelijk vertrek hem veel te veel gezichtsverlies binnen de Koerdische gemeenschap opleveren, en dat moet niet worden onderschat.  Wat dat betreft zal de Overheid met een beter alternatief op de proppen moeten komen of zal het ultieme bewijs van zijn onschuld moeten worden geleverd door weet ik wie?

Is er dan geen sprake van een complot?

Er is in ieder geval sprake van smerig spel. En er zijn als ik het zo bekijk en vermoed meerdere spelers vanuit verschillende (internationale) netwerken en belangen. Het gaat niet alleen om Demmink, onmogelijk. Wellicht heeft hij veel macht (gehad), maar het is ook mogelijk dat hij is opgevoerd als de scapegoat voor een kliek, die heel veel op heeft met geitenkoppen en geheime genootschappen. Dat hele chantageverhaal kan ook zijn opgediend om zijn verdediging op een dwaalspoor te zetten, nietwaar?

Of ik geloof dat Baybaşin oprecht is?

Ja nog steeds. Dat heb ik hem pas geleden laten weten. Ook dat het beslist geen enkel punt is dat hij mij, om wat voor reden dan ook, niet meer belt. Die paar keer was het een genoegen, zal ik maar zeggen. Eigenlijk vind ik het zo wel beter, want nu kan ik onafhankelijk blijven en vrij in wat ik wil schrijven over zijn zaak en onze rechtsstaat, want het één kun je niet los zien van het ander. Wat dat betreft levert de bestudering een goed inzicht in de staat van onze rechtsstaat, en met zijn zaak als graadmeter is dat niet best.

Baybaşin en de papieren tijgers

‘Jongens’, zei ik op een keer tegen mijn beide kleinzonen,’ jongens, wat kun je nu het beste doen als je alleen bent en een groep agressieve  jongens tegenkomt?…… Als je kans ziet, maak je dan uit de voeten, maar lukt dat niet, probeer dan de leider te vinden, degene die de opdrachten geeft. Daar ga je met al je energie op af. Dat is jullie enige kans jongens in zo’n situatie. Dat heb ik niet van mezelf maar van jullie oudoom. Die deed dat zo! Maar nogmaals alleen als je niet anders kan.’

Ook Baybasin voelde zich geplaatst tegenover een groep en is het gevecht aan gegaan met
Verder lezen Baybaşin en de papieren tijgers

Baybaşin: Opvolger Grootcrimineel Bruinsma der Lage Landen

Als we de vonnissen en arresten mogen geloven.

Ik moet toegeven dat ik de Roestige Spijker een beetje heb gebruikt als mijn externe geheugen. Daar put ik zo nu en dan uit. Zo ook mijn commentaar op het boek Verknipt Bewijs van Ton Derksen. Ik schrijf op maandag 26 mei 2014 om 14:33 het volgende:

Dan mijn tweede puntje van kritiek, meneer Derksen, die geef ik dan toch ook maar direct. U beweert het volgende:

„De rechter is slecht geëquipeerd om bedrog te ontdekken. Om tot zijn oordeel te komen gaat hij uit en moet hij uit kunnen gaan van de ambtseed van politiemensen, de onkreukbaarheid van OM-ers en de integriteit van het dossier. Een betrouwbare politie, een betrouwbaar OM en daarmee een zo betrouwbaar mogelijk dossier zijn het fundament van zijn oordelen. Als hij daar niet vanuit kan gaan, valt de bodem uit het rechtssysteem.”

Als u stelt dat de rechters slecht geëquipeerd zijn om het bedrog te ontdekken dan geeft u hen niet alleen een generaal pardon, maar u geeft hen daarmee tegelijkertijd een brevet van onvermogen en zet hen in een volkomen afhankelijke positie t.o.v. het OM, de politiemensen en onderzoeksinstituten als het NFI.

U schetst met deze stelling de omgekeerde wereld, waarbij de rechters ondergeschikt zijn aan -en niet meer dan marionetten van het OM. Een soort van veredeld secretariaat. Toch is het de rechter die zijn oordeel geeft en zijn handtekening zet. Hij of zij is hoe dan ook verantwoordelijk voor de veroordeling.

Tot zover mijn commentaar: laten we nu eens kijken waar de rechters hun oordeel met behulp van OM, politie, en NFI ‚formeel’ op hebben gebaseerd.

Eerst enkele gebeurtenissen in de tijd:

24-12-1995 tot 24-12-1996

De uitleveringsdetentie. Nederland probeert Baybaşin uit te leveren aan Turkije, dit mislukt.

25-12-1996 tot september 1997

Huisarrest in Nederland. Hij staat onder toezicht van veiligheidsdiensten en politie. Wanneer zijn uitlevering aan Turkije, n.a.v een door Baybaşin aangespannen kort geding, definitief wordt verboden is vrij om te gaan en te staan.

van september 1997 – 28 maart 1998 kan hij zich vrij bewegen in Nederland. In deze periode wordt een aanslag op hem gepleegd. Ondertussen wordt Baybaşins telefoon, zo wil het OM ons doen geloven, vijf maanden lang afgeluisterd. Er zijn volgens justitie 6000 telefoongesprekken getapt, gemiddeld 40 gesprekken per dag.

Hij wordt 28 maart 1998 opgepakt voor gepleegde delicten gedurende die vijf maanden dat hij vrij man was.

Zijn voorarrest wordt op 29 februari 2001 omgezet in een gevangenisstraf van 20 jaar en een jaar later

Op 30 juli 2002 wordt Baybasin in hoger beroep tot levenslang veroordeeld. Cassatie wordt afgewezen per Oktober 2003 . De commissie Buruma, waar advocaat Wladimiroff deel van uitmaakte, is ook niet onder de indruk en laat hem zitten op 1 februari 2011.

Toch start Baybasin direct daarna op 1 april 2011 een Herzieningsverzoek dat tot op heden in onderzoek is bij Advocaat generaal Aben van de Hoge Raad.

De periode waarbinnen het OM de strafbare feiten heeft geconstateerd ligt tussen september 1997 tot februari 1998. Welgeteld vijf maanden dus.

Een paar citaten uit het vonnis in Hoger Beroep. U hoeft het niet nauwkeurig te lezen, dat is bijna geen doen. Het bevestigt de periode en de criminele organisatie waar Baybasin leiding aan gaf:

hij in in of omstreeks de periode van 28 oktober tot en met 9 november 1997 te [pleegpplaats], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd;
9 november 1997 te [pleegplaats] opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of geweld en/of bedreiging en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, te weten etc etc

van 27 november 1997 tot en met 30 november 1997 te [pleegplaats], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk [slachtoffer 3] (alias [alias 1]) in een pand (woning) wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd heeft/hebben gehouden door die [slachtoffer 3] in dat pand (die woning) vast te houden en/of te verhinderen dat die [slachtoffer 3] dat pand/die woning kon verlaten, met het oogmerk één of meer anderen (familieleden en/of bekenden van die [slachtoffer 3]) te dwingen tot betaling van een openstaande (heroïne)schuld, welk feit hij, verdachte in of omstreeks de periode van 22 november 1997 tot en met 27 november 1997 te [pleegplaats], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of door misbruik van gezag en/of geweld en/of bedreiging en/of door gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen te verschaffen, hebbende hij verdachte

hij in of omstreeks de periode van 9 november 1997 tot en met 9 januari 1998 te [pleegplaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit als bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet , te weten het opzettelijk bereiden en /of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van ongeveer 23 kilogram, althans ongeveer 20 kilogram heroïne, in ieder geval een hoeveelheid van een stof bevattende heroïne (diacetylmorfine), zijnde heroïne (diacetylmorfine) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I (niet zijnde een hoeveelheid van 20 kg heroïne bestemd voor [betrokkene 4], althans voor een ander dan hem, verdachte), voor te bereiden en/of te bevorderen één of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat feit/die feiten te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daar behulpzaam bij te zijn en/of om zich en/of (een) ander(en) daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of gelden voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans ernstige redenen had(den) om te vermoeden dat die bestemd was/waren voor het plegen van dat feit, hebbende hij, verdachte, en/of één of meer van zijn mededader(s) (telkens) opzettelijk met betrekking tot die heroïne gelden (ter financiering van de aankoop en/of het transport van die heroïne), ter beschikking gesteld en/of ter beschikking laten stellen (aan met name [betrokkene 2]) en/of instructies verstrekt aan één of meer (zich in Turkije bevindende) personen (met name aan [betrokkene 2] en/of ene [betrokkene 6] en/of ene [betrokkene 7]) en/of contacten gelegd en/of onderhouden met (tussenpersonen van) één of meer koerier(s) en/of contacten gelegd en/of onderhouden met (tussenpersonen van) één of meer leveranciers, één en ander om tot overdracht
en/of het binnen het grondgebied van Nederland brengen van die heroïne te komen;

hij in of omstreeks de periode van [periode] 1998 te [pleegplaats] door misbruik van gezag en/of door het verschaffen van inlichtingen heeft gepoogd een ander, te weten [medeverdachte], te bewegen een misdrijf te begaan, te weten het tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen opzettelijk en met voorbedachten rade een of meer anderen, te weten [slachtoffer 4] en/of [slachtof[slachtoffer 5] van het leven beroven, hierin bestaande dat verdachte

etc. etc etc.

(Om het hele arrest, dat pas begin 2013 is gepubliceerd, te lezen klikt u hier.)

Wat opvalt in het vonnis is het woord pleegadres. Dat is de plek waar het misdrijf heeft plaatsgevonden, dat kon overal zijn, in Turkije, Kentucky, anywhere. Maar had Nederland dan wel het recht om deze man te vervolgen?

5.4 Betreffende de vraag of de Nederlandse rechter al dan niet rechtsmacht heeft met betrekking tot een of meer van de aan verdachte ten laste gelegde feiten merkt het hof het navolgende op:

De rechter schrijft: “Met betrekking tot uitlokking van een strafbaar feit geldt dat (mede) als locus delicti dient te worden beschouwd de plaats alwaar de uitlokkinghandelingen plaatsvonden.”

Dus ja, het OM had volgens de rechter wel degelijk recht om tot vervolging over te gaan want, het coördinatie centrum, van waaruit onze „Europese Pablo Escobar”, zoals hij in de media werd genoemd ,opereerde was het idyllische plaatsje Lieshout in Noord Brabant. Dus was Lieshout mede Locus Delicti ofwel plaats van delict. Tja ook weer opgelost zullen we maar zeggen. Toen de advocaat naar aanleiding van Baybaşins arrestatie in 1995 de rechtmatigheid daarvan betwistte, werd dit genegeerd. We weten nu dat die arrestatie berust op een diplomatiek verzoek van Turkije aan Nederland.

Hoe dan ook, terugkomend op de bewijsvoering met betrekking tot de arrestatie in 1998: wij moeten dan geloven dat deze man Baybaşin, die zich zo bewust was van zijn positie hier in Nederland; op wie jacht werd gemaakt vanuit Turkije als zijnde staatsvijand numero 2; die ook hier moest vrezen voor zijn leven, immers hij overleefde in die periode maar ternauwernood een aanslag; wij moeten dus geloven dat deze man in een periode van vijf maanden in staat was een criminele organisatie op poten te zetten, bemanning te recruteren, opdrachten uit te delen, liquidaties te laten uitvoeren, een handel in Heroine te laten floreren en daarmee een miljoenen omzet te genereren.

Wij, burgers van Nederland moeten geloven, op basis van deze vonissen of arresten, dat wij hier te maken hebben met de opvolger van grootcrimineel Bruinsma der Lage Landen; dat we te maken hebben met een man die stoïcijns zijn grootgruttersbedrijf in de Heroine en aanverwante zaken zoals moord, gijzeling etcetera etcetera, vanuit het centrum van zijn misdaadorganisatie in het idyllische stadje Lieshout, als een zieltje zonder zorg, via de telefoon zijn handel en manschappen bestierde en dat hij daarmee in die periode van vijf maanden miljoenen verdiende. Zoveel dat de Nederlandse staat zich gerechtigd voelde al zijn bezittingen in beslag te nemen. Daarvoor heeft Baybaşin uiteraard een zaak aangespannen, de zoveelste, een zaak die net als alle andere zaken, tergend langzaam verloopt.

En waar kennen we die Bruinsma ook alweer van? O ja de IRT-affaire. Roerige tijden die jaren negentig.